Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar Wajong-uitkeringsaanvraag van 26 maart 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Eiseres had het UWV op 6 november 2025 in gebreke gesteld, waarna het UWV de ingebrekestelling op 7 november 2025 ontving en sindsdien twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding werd veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en dat het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen, maar dat de zaak met voorrang wordt behandeld. De rechtbank vindt een termijn van vier maanden redelijk om het bezwaar alsnog te behandelen, rekening houdend met het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van tijdige beslissing voor eiseres.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €53 en proceskosten van €467 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 januari 2026.