Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder de vereiste vergunning op 15 februari 2024 om 19:51 uur in Goes. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat er sprake was van betaald parkeren tot 18:00 uur, terwijl het tijdstip later was. Tevens gaf betrokkene aan in het bezit te zijn van een vergunning.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 2 januari 2026 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende bewijs vormt voor de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien. Dit was niet het geval. Daarnaast bevatte het dossier duidelijke foto’s van de overtreding. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens parkeren zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.