ECLI:NL:RBZWB:2026:1710

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11579629 \ MB VERZ 25-144
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete wegens parkeren zonder vergunning ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder de vereiste vergunning op 15 februari 2024 om 19:51 uur in Goes. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat er sprake was van betaald parkeren tot 18:00 uur, terwijl het tijdstip later was. Tevens gaf betrokkene aan in het bezit te zijn van een vergunning.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 2 januari 2026 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende bewijs vormt voor de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien. Dit was niet het geval. Daarnaast bevatte het dossier duidelijke foto’s van de overtreding. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens parkeren zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11579629 \ MB VERZ 25-144
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de [straat] te Goes op 15 februari 2024 om 19:51 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt in het bezit te zijn van een vergunning. Verder is het op de pleeglocatie betaald parkeren tot 18:00 uur, terwijl de pleegtijdstip later is. De pleeglocatie is voor betrokkene’s huis, waar het voertuig altijd staat.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren gelet op de duidelijke verklaring van de verbalisant waaruit blijkt dat betrokkene geen vergunning had.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Bovendien bevat het dossier duidelijke foto’s van de gedraging.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: