4.3.2.De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank stelt op basis van het dossier het volgende vast.
Feit 1
Op 10 januari 2023 wordt door het observatieteam het volgende waargenomen. Omstreeks 15.53 uur wordt een Opel met [kenteken 1] gezien met verdachte als bestuurder en als bijrijder [medeverdachte 1] . Samen rijden zij naar verschillende pakketafgiftepunten in Breda, Zevenbergschen Hoek en Etten-Leur. Gezien wordt dat verdachte daar pakketten aflevert. Drie pakketten, die zijn afgeleverd bij de DPD-afgiftepunten in Zevenbergschen Hoek en Etten-Leur, zijn door het NFI onderzocht. Het NFI heeft vastgesteld dat de pakketten gevuld waren met een grote hoeveelheid harddrugs, te weten 15 kilo amfetamine, 1400 gram MDMA en 2500 LSD-zegels. Uit onderzoek is gebleken dat de pakketten bestemd waren voor het buitenland.
Op 27 januari 2023 wordt door het observatieteam waargenomen dat verdachte wederom een pakket aflevert bij een pakketafgiftepunt in Zevenbergschen Hoek. Ook dit pakket is door het NFI onderzocht, waarbij de inhoud meer dan een kilo MDMA bevatte.
Op 31 januari 2023 wordt vervolgens door het observatieteam waargenomen dat de eerder genoemde Opel aan de [straat 1] te Breda stopt met alarmlichten aan. [medeverdachte 1] wordt daarbij als bijrijder herkend. Verdachte pakt een pakket uit de achterbak en loopt in de richting van [boekhandel] , zijnde een pakketafgiftepunt. Omstreeks 16.35 uur wordt deze Opel weer waargenomen. Het voertuig stond toen geparkeerd aan de [straat 2] te Breda bij drie garageboxen, met verdachte en [medeverdachte 1] als inzittenden. Even later parkeert een Opel met [kenteken 2] met als bestuurder [medeverdachte 2] naast voormeld voertuig. [medeverdachte 1] stapt vervolgens in de auto van [medeverdachte 2] , heeft een gesprek met [medeverdachte 2] , verricht handelingen op de achterbank van de auto en haalt twee pakketten uit het voertuig van [medeverdachte 2] . Hij zet deze in de achterbak van het voertuig van verdachte en bedekt deze met een deken.
Op 6 februari 2023 wordt voorts waargenomen dat bovengenoemde voertuigen wederom geparkeerd staan aan de [straat 2] te Breda, waarbij er door verdachte en [medeverdachte 2] pakketten worden overgeladen van de auto van verdachte naar de auto van [medeverdachte 2] . Deze pakketten zijn later door de politie bij [medeverdachte 2] aangetroffen en bleken 36 kilo amfetamine te bevatten.
De rechtbank stelt gelet op bovenstaande vast dat verdachte op verschillende momenten pakketten heeft vervoerd. Ten aanzien van een aantal pakketten is vastgesteld dat het ging om harddrugs bestemd voor het buitenland, welke pakketten ook ter verzending zijn aangeboden bij een DPD-afgiftepunt. Weliswaar zijn niet alle door verdachte vervoerde pakketten onderzocht, maar de rechtbank gaat ervan uit dat in alle gevallen en meer in het bijzonder ook op 31 januari 2023, sprake was van harddrugs in de pakketten. De rechtbank baseert dit op het feit dat op de verschillende momenten sprake is van eenzelfde modus operandi; pakketten worden vervoerd, bij verschillende pakketafgiftepunten afgeleverd en er worden dozen overgeladen van het ene voertuig naar het andere op dezelfde locatie. [medeverdachte 1] was daarbij op 10 januari 2023 als bijrijder aanwezig. Op 31 januari 2023 worden [medeverdachte 1] en verdachte wederom gezien waarbij verdachte een pakket aflevert en vervolgens worden op diezelfde dag door verdachte dozen overgeladen van de auto van [medeverdachte 2] naar de auto van verdachte en afgedekt. Het overladen van pakketten van het ene voertuig naar het andere wordt ook op 6 februari 2023 waargenomen.
Opzet
De rechtbank ziet zich ten aanzien van feit 1 gesteld voor de vraag of verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de aanwezigheid en/of het vervoer en/of de uitvoer van harddrugs. De rechtbank beantwoordt deze vraag (deels) bevestigend en overweegt hiertoe het volgende.
De rechtbank is van oordeel dat uit de gedragingen van verdachte en medeverdachte(n) kan worden afgeleid dat verdachte wist dat zij zich bezig hield met criminele zaken. De rechtbank betrekt hierbij het feit dat verdachte en [medeverdachte 1] op 10 januari 2023 binnen een kort tijdsbestek drie verschillende pakketpunten in drie verschillende plaatsen hebben aangedaan en dat er daadwerkelijk pakketten zijn afgeleverd. Merkwaardig, nu niet valt in te zien waarom deze niet bij één pakketpunt afgeleverd zouden kunnen worden. Ook op 31 januari 2023 is een pakket afgeleverd en daarna heeft [medeverdachte 1] dozen vanuit de auto van [medeverdachte 2] in de auto van verdachte geladen en deze vervolgens met een deken bedekt, kennelijk om te voorkomen dat deze dozen zichtbaar in de auto lagen.
Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm en de kennelijke samenwerking met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat verdachte niet wist wat er in de pakketten zat, waar ze naar toe gingen en waar ze vandaan kwamen. Zij beschikte over en reed in het betrokken voertuig. Daarnaast zorgde zij voor het afleveren van de pakketten bij pakketafgiftepunten en de pakbonnen. De pakbonnen werden naar de telefoon van verdachte gestuurd, waarna zij deze printte bij een shop. De pakbonnen op de inbeslaggenomen pakketten komen overeen met de verscheurde papiertjes die op 6 februari 2023 in het voertuig van verdachte zijn aangetroffen. Verdachte had dus zicht op de pakbonnen, met daarop de buitenlandse adressen, wanneer zij de pakketten wegbracht. De rechtbank acht het dan ook onaannemelijk dat verdachte niet wist dat de pakketten, gelet op deze buitenlandse adressen, bestemd waren voor het buitenland.
Ook de verklaring van verdachte dat zij dacht dat er auto-onderdelen in de pakketten zaten, acht de rechtbank ongeloofwaardig, omdat uit niets blijkt dat [medeverdachte 1] een autobedrijf of -garage had en dat hij auto-onderdelen verhandelde.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat verdachte eerder samen met [medeverdachte 1] woninginbraken heeft gepleegd en dus wist dat hij zich bezig hield met criminele zaken. Verdachte was ook altijd samen met [medeverdachte 1] .
Gelet op het voorgaande heeft verdachte (in ieder geval) willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat in haar auto harddrugs werden vervoerd en aanwezig waren, bestemd voor het buitenland.
De rechtbank voegt aan dit alles toe dat het onaannemelijk is dat een onwetende meermalen wordt betrokken bij het vervoer van een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs met een grote waarde.
De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 tenlastegelegde, te weten het uitvoeren, vervoeren en het aanwezig hebben van harddrugs.
Medeplegen
Nu verdachte de strafbare feiten samen met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] heeft verricht, is sprake van medeplegen en oordeelt de rechtbank het ten laste gelegde ook in zoverre wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
Zoals eerder aangehaald wordt op 6 februari 2023 waargenomen dat de voertuigen van verdachte en [medeverdachte 2] staan aan de [straat 2] te Breda, waarbij er door verdachte en [medeverdachte 2] pakketten worden overgeladen van de auto van verdachte naar de auto van [medeverdachte 2] . Deze pakketten zijn later bij [medeverdachte 2] aangetroffen en bleken 36 kilo amfetamine te bevatten.
Verdachte heeft ten aanzien van dit feit ter zitting verklaard dat zij dacht het misschien om gestolen spullen ging of dat er iets anders mis mee was en dat het klopt dat zij wel had kunnen weten dat het om drugspakketten ging. Dit, in samenhang met de aangetroffen 36 kilo amfetamine in de woning van [medeverdachte 2] , maakt dat de rechtbank met de officier van justitie van oordeel is dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte 36 kilo amfetamine voorhanden heeft gehad op 6 februari 2023.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het aanwezig hebben van de 200 gram cocaïne en 475 gram MDMA niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.