Eiseres heeft een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 tot en met 2015, waarbij zij compensatie vorderde op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen heeft de jaren 2011 tot en met 2014 beoordeeld en een compensatie toegekend over 2011, maar de jaren 2012 tot en met 2014 afgewezen. De jaren 2009 en 2010 zijn niet betrokken bij de beoordeling omdat deze buiten de reikwijdte van het oorspronkelijke verzoek vielen.
Eiseres voerde aan dat de jaren 2009 en 2010 ten onrechte niet zijn beoordeeld en dat de digitale informatie over de overige jaren niet controleerbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen niet verplicht was deze jaren mee te nemen omdat zij pas in bezwaar om beoordeling van die jaren had verzocht. Daarnaast vond de rechtbank dat de toelichting van de Dienst Toeslagen voldoende inzicht gaf in de gebruikte gegevens en dat eiseres onvoldoende onderbouwing had geleverd voor haar stelling dat de informatie onjuist of oncontroleerbaar was.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel over de jaren 2013 en 2014 en dat de Dienst Toeslagen terecht compensatie had geweigerd voor die jaren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierecht.