Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig, vastgesteld op 26 oktober 2023.
Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Tegen deze beslissing werd vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedroeg en eindigde op 26 januari 2024. Het beroepschrift werd echter pas op 8 februari 2024 ontvangen, wat te laat was. Betrokkene kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die de termijnoverschrijding rechtvaardigden.
Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef. De uitspraak werd gedaan op 2 januari 2026 door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.