ECLI:NL:RBZWB:2026:1715

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11570746 \ MB VERZ 25-132
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete wegens ontbreken verplichte verzekering ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig, vastgesteld op 26 oktober 2023.

Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Tegen deze beslissing werd vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedroeg en eindigde op 26 januari 2024. Het beroepschrift werd echter pas op 8 februari 2024 ontvangen, wat te laat was. Betrokkene kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die de termijnoverschrijding rechtvaardigden.

Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef. De uitspraak werd gedaan op 2 januari 2026 door kantonrechter W.H.C. van Eck.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11570746 \ MB VERZ 25-132
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd middels de RDW-registercontrole op 26 oktober 2023 om 17:11 uur.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is.
Betrokkene heeft over het al dan niet te laat instellen van beroep geen reden aangevoerd.

Overwegingen

De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 26 januari 2024. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 8 februari 2024 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan betrokkene kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen die beslissing is dan ook ongegrond. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling of de boete terecht is opgelegd.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: