Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rondweg te Sluis op 5 maart 2024 om 16:23 uur. Betrokkene stelde in beroep dat hij de gedraging niet had verricht en dat zijn telefoon aan de andere kant van het voertuig lag. Ook wees hij op het gebruik van zijn Apple Watch.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde de zaak op 2 januari 2026. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting. De kantonrechter stelde de zekerheidstelling op nihil, ondanks dat betrokkene deze niet had betaald, vanwege diens financiële situatie.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor het verrichten van de gedraging. De aangevoerde omstandigheden van betrokkene gaven geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de verklaring. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.