ECLI:NL:RBZWB:2026:1728

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444112 / JE RK 26-87
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige met complexe problematiek

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van een jaar. De minderjarige vertoont een complex en kwetsbaar beeld met cognitieve beperkingen en hechtingsproblematiek. Na een periode van gesloten jeugdhulp is zij recent doorgestroomd naar een open accommodatie die beter aansluit bij haar behoefte aan zelfstandigheid.

De kinderrechter heeft de stukken bestudeerd en een zitting met gesloten deuren gehouden waarbij de ouders en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De ouders steunen het verzoek en zijn tevreden over de huidige woonplek van hun kind. De kinderrechter constateert dat ondanks positieve ontwikkelingen de ontwikkelingsdreiging blijft bestaan en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken.

De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd en de machtiging tot uithuisplaatsing verleend, zodat de minderjarige in een kleinschalige, overzichtelijke woonsetting kan blijven wonen en zich verder kan ontwikkelen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de minderjarige wordt via een persoonlijke brief geïnformeerd over de uitkomst en het belang van duidelijkheid en begeleiding.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar, met overgang van gesloten naar open plaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444112 / JE RK 26-87
Datum uitspraak: 10 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 januari 2026;
- de brief van de Gedragswetenschapper van [accommodatie 1] van 28 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] is bij beschikking van 19 februari 2025 onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 februari 2025 tot 19 februari 2026.
2.3.
Op 16 juli 2025 is door de kinderrechter van deze rechtbank een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van 16 juli 2025 tot 30 juli 2025. Op 24 juli 2025 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [minderjarige] verleend met ingang van 24 juli 2025 tot 24 november 2025 en het resterende deel van het verzoek aangehouden. Op 19 november 2025 heeft de kinderrechter het resterende deel van het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp toegewezen tot 19 februari 2026.
2.4.
[minderjarige] heeft op basis van voormelde machtiging tot 28 januari 2026 bij [accommodatie 1] te [plaats 1] verbleven. De tenuitvoerlegging van de machtiging gesloten jeugdzorg is geschorst met ingang van 28 januari 2026 tot 19 februari 2026. Op 28 januari 2026 is [minderjarige] doorgestroomd naar [accommodatie 2] in [plaats 2] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt het volgende aan het verzoek ten grondslag. [minderjarige] laat een complex en kwetsbaar beeld zien, waarbij sprake is van cognitieve beperkingen, hechtingsproblematiek en hardnekkige denk- en gedragspatronen. Binnen een gesloten setting ervaart ze veiligheid, maar ook wordt gezien dat haar ontwikkeling stagneert en zij afhankelijk wordt van de structuur die geboden wordt. De GI is geadviseerd op zoek te gaan naar een passende plek voor [minderjarige] en hierbij heeft zij de wens van [minderjarige] om opnieuw een start te maken met een bepaalde mate van zelfstandigheid meegenomen. Ten tijde van indiening van het verzoekschrift ging zij op korte termijn locaties bezoeken van [accommodatie 2] , samen met haar vader. Het contact met moeder is moeizaam geweest en bestaat nu enkel uit whatsapp-contact, mede vanwege het ongeluk van moeder. [minderjarige] is blij dat haar vader nu weer betrokken is bij haar. De GI is verder voornemens de Raad voor de Kinderbescherming te vragen onderzoek te doen naar een verderstrekkende maatregel zodat er met name praktische en financiële zaken voor [minderjarige] geregeld kunnen worden. De GI verzoekt daarom de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van een jaar en daarnaast een machtiging uithuisplaatsing af te geven voor een accommodatie jeugdhulpaanbieder zodat de overstap naar een open setting gemaakt kan worden direct na de gesloten plaatsing. Inmiddels is [minderjarige] al geplaatst bij [accommodatie 2] .
4.2.
Beide ouders staan achter de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. Ze zijn blij voor [minderjarige] dat zij nu bij [accommodatie 2] zit, want zij zien dat het een goede plek is voor haar. [minderjarige] zit daar op haar plek.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Ondanks de mooie stappen die [minderjarige] het afgelopen jaar heeft gezet, is de ontwikkelingsdreiging nog steeds aanwezig. Dit laat onverlet dat [minderjarige] complimenten verdient! Het is van belang, nu [minderjarige] de goede weg lijkt te zijn ingeslagen, dat zij nog steeds hulpverlening blijft ontvangen om verdere stappen te zetten. Zo zal haar huidige woonsetting gemonitord en geëvalueerd moeten worden en indien nodig bijgestuurd worden, indien het gedrag van [minderjarige] daarom vraagt dan wel indien blijkt dat haar ontwikkeling ook hier dreigt af te remmen. Op dit moment verblijft zij nog te kort bij [accommodatie 2] daarvoor. Daarnaast blijft het belangrijk dat [minderjarige] veiligheid, voorspelbaarheid en duidelijkheid blijft ontvangen en er daarnaast aandacht is voor haar emotie-regulatie. Dit met het doel dat [minderjarige] stappen kan blijven zetten in haar zelfstandigheid. Het is nog te vroeg, mede gelet op het verleden van veelvuldige hulpverlening en meerdere gesloten settingen, om [minderjarige] ‘los’ te laten. Ook omdat nog niet alle doelen van de ondertoezichtstelling zijn behaald. Zo is nog niet duidelijk welke rol de ouders en overige familieleden in het leven van [minderjarige] kunnen hebben. De GI is voornemens om de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te laten doen naar een gezagsbeëindigende maatregel. Niet omdat ouders emotioneel niet betrokken zijn, maar voor het regelen van met name praktische en financiële zaken. De GI zal dus nog steeds op punten regie moeten voeren om alles in goede banen te leiden. Daarnaast zal alles op alles gezet moeten worden om [minderjarige] de komende jaren te begeleiden naar volwassenheid zodat zij een stabiele plek in de maatschappij kan krijgen.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat in het verleden is gebleken dat dat niet bijgedragen heeft aan een verbetering en ontwikkeling van de situatie rondom [minderjarige] .
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De rechtbank geeft mee dat zowel [minderjarige] tijdens het kindgesprek en de ouders tijdens de zitting hebben benadrukt dat zij graag willen dat [persoon 1] , de huidige jeugdbeschermer, betrokken blijft.
5.5.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding en onderzoek van haar geestelijke toestand. [2] Het is nodig dat [minderjarige] verder kan ontwikkelen bij [accommodatie 2] in [plaats 2] . Een kleinschalige en overzichtelijke woonsetting waar ze bekend zijn te werken met onder meer mensen met cognitieve beperkingen en gedragsproblematiek.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.7.
[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om geïnformeerd te worden over de beslissing via een brief. In de brief aan [minderjarige] zal het volgende worden opgenomen:
Beste [minderjarige] ,
Op 9 februari 2026 heb jij, samen met je begeleider, met mij, de kinderrechter, gepraat. Je gaf aan dat je langer wil blijven bij [accommodatie 2] en dat je het naar je zin hebt. Er is 24-uurs begeleiding en dat vind je fijn. Je hebt met de begeleiding een goede klik; het zijn lieve mensen. Je gaat nog niet naar school, maar daar wil je wel naar toe. Je wil graag een opleiding doen in de ouderenzorg, maar je bent nog net iets te jong om daarmee te starten. Je bent nu op zoek naar werk. Verder kook je graag, vooral mosselen. Ook heb je gevraagd dat [persoon 1] , je huidige jeugdbeschermer, betrokken blijft bij je. Je ouders zijn daarvan ook op de hoogte.
Tijdens de zitting heb ik gepraat met je ouders en mevrouw [persoon 2] van de jeugdbescherming. Ik heb als kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengd tot 19 februari 2027. Ook heb ik een machtiging tot uithuisplaatsing verleend zodat je nog langer bij [accommodatie 2] kan blijven wonen. Papa en mama zijn, net als ik, trots op je! Wat ik goed heb onthouden van ons gesprek is dat duidelijkheid heel belangrijk is voor jou en dat daar aandacht voor moet blijven. Dit heb ik tegen je ouders en de jeugdbescherming op zitting gezegd. Omdat je minderjarig bent zijn er mensen verantwoordelijk voor jou en dus moet er voor bepaalde dingen toestemming gevraagd worden. Dan kan de duidelijkheid hierdoor iets langer op zich laten wachten. Ik wil je als advies geven dat je goed moet blijven luisteren naar de begeleiding, de jeugdbeschermer en je ouders, dan zie ik je nog mooie stappen maken richting een veelbelovende toekomst. Ik wens je daarbij veel succes!
Hartelijke groet,
De kinderrechter,
Mr. Van de Kraats.
5.8.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 19 februari 2026 tot 19 februari 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 februari 2026 tot 19 februari 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 door mr Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Mandemakers als griffier, en op schrift gesteld op 13 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.