ECLI:NL:RBZWB:2026:175

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
11574262 \ CV EXPL 25-790 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van Dam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230o BWArt. 7:17 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens non-conforme boot zonder hersteltermijn

Eiser kocht op 27 mei 2024 via een openbare veiling een aluminium reddingssloep met motor voor €11.000. Bij de eerste vaartocht op 3 juni 2024 braken de motorsteunen af. Eiser stelde dat de boot non-conform was en vorderde schadevergoeding van gedaagde, inclusief kosten en rente. Gedaagde bood meerdere malen kosteloos herstel aan, maar eiser weigerde dit en liet de boot zelf onderzoeken zonder gedaagde in te lichten.

De kantonrechter oordeelde dat het herroepingsrecht niet van toepassing was, maar dat eiser gedaagde eerst een redelijke termijn had moeten bieden om de boot te herstellen of te vervangen. Omdat eiser dit niet had gedaan en het herstelaanbod had afgewezen, was gedaagde niet in verzuim. Hierdoor was de vordering van eiser niet toewijsbaar.

Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van €947, inclusief nakosten, en de wettelijke rente hierover. Het vonnis werd gewezen door mr. Van Dam en op 14 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Vordering van eiser afgewezen wegens ontbreken van redelijke hersteltermijn, eiser veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11574262 \ CV EXPL 25-790
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. L. Hennink,
tegen
[gedaagde], H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. S. Flier.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 april 2025
- de productie 7 behorende bij de conclusie van antwoord
- de producties 15 tot en met 19 ingediend door [eiser]
- de producties 8 en 9 ingediend door [gedaagde].
1.2.
Op 1 december 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De gemachtigden van partijen hebben daarbij spreekaantekeningen overgelegd. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt.
1.3.
Na het sluiten van de mondelinge behandeling is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 27 mei 2024 heeft [eiser] via de veilingsite bootveilingen.nl middels een openbare veiling een Aluminium Reddingssloep 650 (hierna: de boot) met originele motor gekocht voor € 11.000,00 (€ 9.000,00 en € 2.000,00 opgeld). Op 3 juni 2024 is de koopovereenkomst schriftelijk door partijen ondertekend.
2.2.
[eiser] wilde op 3 juni 2024 de boot van Veere naar [plaats 2] varen. Tijdens deze vaartocht zijn de motorsteunen van de boot afgebroken.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
voor recht verklaart dat [gedaagde] ernstig toerekenbaar tekort is geschoten door de levering van een niet conforme boot en dat [gedaagde] alle schade die [eiser] ten gevolge hiervan heeft geleden, dient te vergoeden,
de schade die [eiser] heeft geleden vaststelt op € 15.566,74, te vermeerderen met rente over € 11.000,00 vanaf 29 mei 2024 en de overige kosten van € 4.566,74 vanaf 24 februari 2025, tot aan de dag der algehele betaling
[gedaagde] veroordeelt in de buitengerechtelijke incassokosten.
Daarnaast vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering – samengevat – het volgende ten grondslag. De boot beantwoordt vanwege de erbarmelijke staat van onderhoud niet aan de overeenkomst. [gedaagde] is verzocht dan wel gesommeerd tot herstel van de boot over te gaan en de door [eiser] gemaakte kosten te vergoeden. [gedaagde] heeft dit geweigerd, waardoor hij in verzuim is komen te verkeren. [eiser] heeft daarop de koopovereenkomst ontbonden. [eiser] heeft schade geleden die bestaat uit de aankoopsom en de veilingkosten van € 11.000,00 en daarnaast uit advocaatkosten, ligkosten en kosten van de deskundige voor in totaal € 4.566,74.
3.3.
[gedaagde] voert – samengevat – het volgende verweer. [gedaagde] heeft aangeboden om op zijn kosten de boot door een deskundige te laten onderzoeken, zodat de oorzaak van het afbreken van de motorsteunen kon worden bepaald. [eiser] heeft dit geweigerd. Uiteindelijk heeft [eiser] de boot laten onderzoeken door een deskundige zonder [gedaagde] hiervan op de hoogte te stellen. Op 24 augustus 2024 heeft [gedaagde] niet ingestemd met het beroep op de beweerdelijke non-conformiteit. [gedaagde] heeft aangeboden om in overleg te treden om een oplossing te bereiken. [eiser] heeft dit aanbod afgeslagen. [gedaagde] heeft nogmaals op 13 december 2024 aangeboden de boot kosteloos te herstellen. [eiser] heeft daar niet op gereageerd. [gedaagde] is niet in de gelegenheid gesteld om de boot te herstellen en daardoor is er sprake van schuldeisersverzuim. De overige schadeposten zijn bovendien door [eiser] onvoldoende onderbouwd en ook daarom niet toewijsbaar.
Daarnaast heeft [eiser] de boot onbeschermd tegen invloeden van buitenaf gestald. [eiser] handelt daarmee in strijd met de op hem rustende schadebeperkingsplicht. Gelet op de slechte zorg is de verwachting dat de boot niet meer is te herstellen.

4.De beoordeling

De vorderingen zijn niet toewijsbaar
4.1.
De vorderingen van [eiser] zijn niet toewijsbaar, omdat hij [gedaagde] geen (redelijke) termijn heeft geboden om tot herstel en/of vervanging van de boot over te gaan. De kantonrechter legt dit oordeel hierna uit.
Consumentenkoop
4.2.
De overeenkomst tussen partijen betreft een consumentenkoop.
De afgeleverde boot dient conform te zijn
4.3.
[eiser] heeft de koop gesloten via een openbare veiling. Het herroepingsrecht conform artikel 6:230o BW om een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder opgave van redenen te ontbinden tot een termijn van veertien dagen is verstreken, is dan niet van toepassing. Maar ook hier geldt dat de overeenkomst op grond van artikel 7:17 lid 1 BW Pro aan de overeenkomst dient te beantwoorden. In lid 2 van dit wetsartikel is uiteengezet wanneer de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Indien daarvan sprake is, dan is de afgeleverde zaak non-conform.
Hersteltermijn
4.4.
Indien de afgeleverde zaak non-conform is, dan dient de koper de verkoper eerst de gelegenheid te bieden om binnen een redelijke termijn tot herstel en/of vervanging over te gaan. Als de verkoper daaraan niet voldoet, mag de koper de overeenkomst ontbinden.
4.5.
In deze zaak kan in het midden blijven of de boot non-conform was toen deze werd geleverd aan [eiser]. [eiser] heeft [gedaagde] namelijk geen (redelijke) termijn geboden om tot herstel en/of vervanging over te gaan.
Verzuim
4.6.
[eiser] heeft gesteld dat [gedaagde] niet bereid was om de boot kosteloos te herstellen. [eiser] wordt daarin niet gevolgd gelet op de volgende processtukken:
  • Productie 4 bij dagvaarding. [gedaagde] bericht [eiser], naar aanleiding van zijn brief die op 24 juni 2024 is ontvangen, onder andere het volgende: “
  • Productie 6 bij dagvaarding. In deze brief van 11 september 2024 bericht de gemachtigde van [gedaagde] dat de gestelde aansprakelijkheid of verwijtbaarheid niet wordt erkend. De gemachtigde deelt daarin mede dat men evenwel bereid is om in overleg te treden over een mogelijke oplossing. Op de mondelinge behandeling is verder aangevoerd dat in het overleg dat daarna heeft plaatsgevonden tussen de gemachtigden, namens [gedaagde] ook herstel van de boot is aangeboden. [eiser] heeft dit niet betwist.
  • Productie 4 bij conclusie van antwoord. In dit e-mailbericht van 20 november 2024 deelt de gemachtigde van [gedaagde] aan de gemachtigde van [eiser] onder andere het volgende mede: “
  • Productie 5 bij conclusie van antwoord. In dit e-mailbericht van 13 december 2024 deelt de gemachtigde van [gedaagde] aan de gemachtigde van [eiser] onder andere het volgende mede: “
Hieruit blijkt dat [gedaagde] meerdere keren heeft aangeboden het gestelde gebrek aan de boot te herstellen. [eiser] heeft dit telkens afgewezen dan wel is hij niet op het voorstel ingegaan.
4.7.
De brieven waarop [eiser] in de dagvaarding een beroep doet, bevatten bovendien geen schriftelijke aanmaning waarin een redelijke termijn voor herstel wordt geboden. Dit is alleen anders voor de brief van 26 augustus 2024. Hierin wordt [gedaagde] weliswaar gesommeerd om tot herstel over te gaan, maar [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat hij daar binnen de in de brief gestelde termijn op heeft gereageerd en hierop op 11 september 2024 inhoudelijk heeft gereageerd, waarin hij zich bereid heeft getoond om tot een oplossing te komen. Dat [gedaagde] daarbij geen aansprakelijkheid heeft erkend, maakt voor het intreden van verzuim niet uit. Het aangeboden herstel is vervolgens geweigerd (zie onder 4.6.).
Conclusie
4.8.
[eiser] heeft verhinderd dat [gedaagde] zijn herstelverplichting kon nakomen. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] niet in verzuim is geraakt. De verklaring voor recht dat [gedaagde] ernstig toerekenbaar tekort is geschoten door de levering van een niet conforme boot, is daarom niet toewijsbaar. Hetzelfde geldt voor de gevorderde schadevergoeding.
Proceskosten
4.9.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,00
4.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.