Op 13 oktober 2024 staken verdachte en een medeverdachte papier en karton uit een container aan in een doodlopende straat achter een winkelcentrum, wat leidde tot een grote brand die oversloeg op het winkelcentrum. Verdachte was destijds 13 jaar oud. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte vol opzet handelde en bewust de kans aanvaardde dat de brand zou overslaan, waardoor gemeen gevaar voor goederen ontstond.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor opzet en dat technische oorzaken niet konden worden uitgesloten, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Medeplegen werd bewezen geacht vanwege de nauwe samenwerking en gezamenlijke uitvoering van het feit.
De rechtbank legde een jeugddetentie van 67 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 80 uur. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van aanwezigheid bij de zitting.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op de winkeliers en de maatschappij, alsmede met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jeugdige leeftijd, het ontbreken van eerdere veroordelingen en zijn positieve ontwikkeling onder begeleiding van hulpverlening.