ECLI:NL:RBZWB:2026:1761

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
11219004 \ CV EXPL 24-2506
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Lende-Mulder Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens nakoming betalingsregeling huurachterstand

De huurder had een huurachterstand bij verhuurder Beveland Wonen, waarvoor een betalingsregeling van € 200 per maand werd getroffen. De bewindvoerder, die het beheer over de goederen van de huurder voert, heeft de achterstand volledig voldaan en de huurovereenkomst opgezegd. Bij oplevering werd schade aan het gehuurde vastgesteld ter waarde van € 6.171,31, welke schadevergoeding onderdeel uitmaakt van de betalingsregeling.

Beveland Wonen vorderde betaling van deze schadevergoeding en wettelijke rente, met het oog op een executoriale titel mocht de regeling niet worden nagekomen. De bewindvoerder voerde verweer dat de regeling stipt wordt nagekomen en dat de vordering daarom niet opeisbaar is. De kantonrechter stelde vast dat de bewindvoerder de regeling tot en met november 2025 is nagekomen en dat er geen aanwijzingen zijn dat dit zal veranderen.

De rechtbank oordeelde dat de vordering niet opeisbaar is en wees deze af. Wel werd Beveland Wonen veroordeeld in de proceskosten van € 474,00, omdat zij in het ongelijk werd gesteld. De kosten van betekening van het vonnis kwamen niet voor vergoeding in aanmerking vanwege de toevoeging van de bewindvoerder.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de betalingsregeling wordt nagekomen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11219004 \ CV EXPL 24-2506
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING BEVELAND WONEN,
te Goes,
eisende partij,
hierna te noemen: Beveland Wonen,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[bewindvoerder] B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [huurder] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder en [huurder] ,
gemachtigde: mr. D.J.A. Burlet.

1.De procedure

1.1.
Na dagvaarding van [huurder] zijn de (toekomstige) goederen van [huurder] onder bewind gesteld, waarbij de bewindvoerder is benoemd tot zijn bewindvoerder. De bewindvoerder is de formele procespartij en als zodanig in de kop van dit vonnis opgenomen.
1.2.
De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 13 november 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 23 januari 2025.
1.3.
Ten behoeve van die mondelinge behandeling heeft Beveland Wonen bij e-mail van 14 januari 2025 een specificatie van de vordering in het geding gebracht.
1.4.
Op eenstemmig verzoek van partijen is de mondelinge behandeling niet doorgegaan en de procedure aangehouden. Daarna is schriftelijk verder geprocedeerd en zijn de volgende processtukken genomen:
- de akte wijziging van eis van Beveland Wonen met productie;
- de antwoordakte n.a.v. wijziging van eis van de bewindvoerder met productie;
- de akte van Beveland Wonen;
- de akte van de bewindvoerder met productie.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[huurder] huurde van Beveland Wonen de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). Vanaf 1 maart 2024 heeft [huurder] de huur niet volledig betaald en is een betalingsachterstand ontstaan. In de dagvaarding vorderde Beveland Wonen onder meer ontbinding van de huurovereenkomst.
2.2.
Kort voor de mondelinge behandeling van deze zaak zijn partijen voor de huurachterstand een betalingsregeling met elkaar overeengekomen van € 200,00 per maand. Daarna is de procedure enige tijd aangehouden in afwachting van de nakoming van die regeling.
2.3.
Inmiddels heeft de bewindvoerder de huurachterstand volledig voldaan. Daarnaast heeft de bewindvoerder in het kader van de overeengekomen regeling een bedrag van € 712,72 aan proceskosten aan Beveland Wonen betaald. Verder heeft de bewindvoerder de huurovereenkomst met Beveland Wonen opgezegd. Het gehuurde is sindsdien ook ontruimd.
2.4.
Beveland Wonen heeft bij de oplevering van het gehuurde voor € 6.171,31 aan schade geconstateerd. Partijen zijn overeengekomen dat deze vordering wordt voldaan door voortzetting van de voornoemde betalingsregeling van € 200,00 per maand.

3.Het geschil

3.1.
Beveland Wonen vordert nu – samengevat en na wijziging van eis – dat de bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 6.171,31 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 oktober 2025, met veroordeling van de bewindvoerder in de (resterende) proceskosten.
3.2.
Zij stelt dat [huurder] het gehuurde niet in de oorspronkelijke staat heeft opgeleverd. Hierdoor heeft zij schade geleden, die door de bewindvoerder vergoed dient te worden. Hoewel de bewindvoerder de overeengekomen betalingsregeling tot op heden is nagekomen, wil Beveland Wonen graag een executoriale titel voor haar vordering voor het geval het bewind wordt beëindigd en de maandelijkse aflossingen worden stopgezet.
3.3.
De bewindvoerder voert het volgende verweer tegen de vordering. Nu de betalingsregeling tot op heden wordt nagekomen, heeft Beveland Wonen geen belang bij haar vordering. Doordat Beveland Wonen daarnaast ook nog veroordeling van de bewindvoerder in de resterende proceskosten vordert, loopt de schuld van [huurder] aan Beveland Wonen alleen maar verder op. De bewindvoerder verzoekt de kantonrechter daarom om de vordering van Beveland Wonen af te wijzen. Voor zover de vordering toch wordt toegewezen, wijst de bewindvoerder erop dat het per 29 oktober 2025 te betalen bedrag aan schadevergoeding slechts € 5.704,04 bedraagt. Verder heeft er eind november 2025 nog een deelbetaling van € 200,00 plaatsgevonden die op de vordering in mindering moet worden gebracht.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat de bewindvoerder per 1 december 2025 nog een bedrag van € 5.504,05 aan schadevergoeding aan Beveland Wonen is verschuldigd. Partijen zijn hiervoor een betalingsregeling overeengekomen, zoals ook blijkt uit de door de bewindvoerder overgelegde e-mail van Beveland Wonen aan de bewindvoerder van 21 mei 2025. Daarin staat:
“Wij hebben n.a.v. de factuur eindinspectie de vordering verhoogd met € 6.171,31.
Deze zal zoals eerder besproken worden meegenomen in de regeling van € 200,00 per maand.”
4.2.
De bewindvoerder is deze betalingsregeling in ieder geval tot en met de maand november 2025 nagekomen. Dat blijkt ook uit het overzicht dat de bewindvoerder bij haar laatste akte heeft overgelegd. Nu de bewindvoerder de overeengekomen betalingsregeling stipt nakomt, is de vordering voor het resterende deel van € 5.504,05 nog niet opeisbaar. Het had op de weg van Beveland Wonen gelegen om nader te onderbouwen dat de betalingsregeling niet wordt nagekomen of niet zal worden nagekomen. Dit heeft zij niet gedaan. De kantonrechter ziet geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het bewind van [huurder] binnenkort wordt beëindigd. De vordering de bewindvoerder tot betaling te veroordelen, zal daarom worden afgewezen.
4.3.
Binnen de overeengekomen regeling heeft de bewindvoerder al een proceskostenvergoeding van € 712,72 aan Beveland Wonen betaald. Naar de kantonrechter begrijpt, ziet die vergoeding op de kosten die zijn gemaakt tot aan het moment dat de regeling tot stand is gekomen. Daarna zijn de proceskosten voor beide partijen verder opgelopen, omdat Beveland Wonen haar eis heeft gewijzigd en partijen daarover verder hebben geprocedeerd. Daarom zal de kantonrechter voor deze extra kosten nog een vergoeding toekennen. Omdat Beveland Wonen in het ongelijk is gesteld, moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de bewindvoerder ná het sluiten van de regeling worden begroot op:
- salaris gemachtigde
339,00
(1,0 punt × € 339,00)
- nakosten
135,00
Totaal
474,00
4.4.
Omdat de bewindvoerder op basis van een toevoeging heeft geprocedeerd, komen de kosten van betekening van het vonnis niet voor vergoeding in aanmerking.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering van Beveland Wonen af;
5.2.
veroordeelt Beveland Wonen in de proceskosten van € 474,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.