ECLI:NL:RBZWB:2026:1774

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
BRE 26/64
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar omgevingsvergunning

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Breda omdat het college niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een omgevingsvergunning. De rechtbank beoordeelt dit beroep als een klacht over het niet tijdig beslissen op het bezwaar.

De rechtbank stelt vast dat het college de beslistermijn heeft overschreden. Eiseres heeft het college op 3 december 2025 in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken zonder besluit. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.

Het college heeft aangegeven dat het besluit nog wacht op nadere informatie van eiseres, wat de rechtbank als een goede reden aanvaardt. Daarom krijgt het college een termijn van vier weken na verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor verdere overschrijding.

Daarnaast moet het college het griffierecht van €385 en proceskosten van €467 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 maart 2026 door rechter R.P. Broeders.

Uitkomst: Het college moet binnen vier weken alsnog beslissen op het bezwaar en betaalt een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/64

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] V.O.F., uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag omgevingsvergunning van 12 juli 2023. Op basis van de stukken uit het dossier begrijpt de rechtbank dit als een beroep niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het besluit van
19 december 2023. Dit besluit gaat over de weigering van een omgevingsvergunning.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Niet in geschil is dat er sprake is van een overschrijding van de beslistermijn. Eiseres heeft het college op 3 december 2025 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbijgegaan.
Welke beslistermijn wordt aan het college opgelegd?
4. Omdat het college nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen.
4.1.
Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen.
4.2.
Het college geeft in het verweerschrift van 23 januari 2026 aan dat de beslissing op bezwaar in de eindfase van goedkeuring zit, maar nog wacht op nadere informatie. Het college heeft uitgelegd dat het besluit afhankelijk is van informatie die door eiseres nog aangeleverd moet worden. De rechtbank vindt dat een goede reden. Het college moet daarom het besluit nemen binnen vier weken na het verzenden van de uitspraak. Het college kan eiseres een termijn stellen om de benodigde informatie aan te leveren, zodat het college binnen de gestelde termijn van vier weken een besluit kan nemen.
Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, het college de onder 4.2. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt het college op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat het college aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het college de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
  • bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het college tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 13 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.