ECLI:NL:RBZWB:2026:178
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepen inzake AVG-aanvragen ongegrond verklaard
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig beslissen van het college op haar AVG-aanvragen van 28 januari 2025. De rechtbank heeft op 10 juli 2025 deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat het college op 18 april 2025 al had beslist, vóórdat opposante haar beroepen instelde.
In het verzet stelt opposante dat het college nog niet heeft voldaan aan de verplichting tot verstrekking van persoonsgegevens, waardoor het besluit van 18 april 2025 niet als een tijdige beslissing kan worden gezien. De rechtbank oordeelt echter dat het besluit van 18 april 2025 wel rechtsgevolg heeft en daarmee een besluit in de zin van de Awb is, ook al is de feitelijke uitvoering nog niet voltooid.
De rechtbank bevestigt dat feitelijke handelingen buiten de bestuursrechtelijke toetsing vallen en dat het niet uitvoeren van het besluit geen reden is om het besluit als niet genomen te beschouwen. Daarom zijn de verzetten ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen inzake AVG-aanvragen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.