ECLI:NL:RBZWB:2026:1784

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
14 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444814 / FA RK 26-657
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 lid 2 WvggzWet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel met aanvullende verplichte zorg en contactplicht ambulant behandelteam

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 februari 2026 een beschikking gegeven tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft bij een accommodatie in verband met een psychische stoornis. De officier van justitie verzocht om verlenging van de maatregel met diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord en bijgestaan door een advocaat en tolk. Verpleegkundig specialisten gaven aan dat betrokkene vooruitgang boekt, maar dat verplichte zorg noodzakelijk blijft vanwege risico's op ernstig nadeel en agressie. Betrokkene stemde in met de voortzetting.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom werd de machtiging verleend voor drie weken met de gevraagde zorgvormen, met uitzondering van toediening van vocht en voeding en insluiting. Tevens werd een aanvullende verplichte zorgvorm toegewezen die betrokkene verplicht contact met het ambulant behandelteam voorschrijft.

De beschikking geldt tot en met 4 april 2026 en is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en contactplicht ambulant behandelteam voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444814 / FA RK 26-657
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] , (Syrië)
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende bij de [accommodatie] , [adres] ,
advocaat: mr. F.E.R.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026 bij de [accommodatie] te [plaats 2] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Arabische taal;
  • verpleegkundig specialist, mevrouw [persoon 1] ;
  • verpleegkundig specialist in opleiding, mevrouw [persoon 2] .
1.3.
Tevens was bij de zitting aanwezig, maar is niet gehoord, een verpleegkundige van de afdeling, mevrouw [persoon 3] .

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij de [accommodatie] . De burgemeester van Breda heeft de crisismaatregel op 6 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij zich kan vinden in het verzoek. Betrokkene vindt het prima om langer opgenomen te blijven. Hij wordt door zorgpersoneel goed behandeld. Betrokkene verzet zich niet tegen het verzoek en zal zich schikken naar het oordeel van de rechtbank.
4.2.
De verpleegkundig specialist en de verpleegkundig specialist in opleiding verklaren, samengevat, als volgt. Sinds zijn opname gaat het langzaam beter met betrokkene. Eerder was hij angstig. Nu is betrokkene beter in contact en begint hij uit zichzelf ook dingen te vertellen. Betrokkene is bekend bij het FACT-team in [plaats 1] . Zij hadden het contact met betrokkene verloren en maakte zich grote zorgen om hem. Door het FACT-team werd gezien dat het drugsgebruik van betrokkene toenam en hij contact afhield. Belangrijk is dat betrokkene langer opgenomen blijft, zodat hij kan worden ingesteld op zijn medicatie en hij daarna duurzaam verder kan met ambulante behandeling. De verwachting is dat betrokkene langer dan drie weken opgenomen moet blijven. Indien hij toch eerder met ontslag kan, is het van belang dat hij verplicht wordt om contact te onderhouden met het FACT-team. Van de verzochte vormen van zorg is ‘toedienen van vocht en voeding’ alsmede ‘insluiten’ niet nodig. Zorgverlening in een verplicht kader is nodig. Hoewel betrokkene nu goed in contact is, is die situatie te pril om te kunnen zeggen dat de samenwerking standhoudt.
4.3.
De advocaat voert, samengevat, het volgende aan. Betrokkene zal zich voegen naar het oordeel van de rechtbank. Belangrijk daarbij is dat rekening wordt gehouden met hetgeen ter zitting is besproken over de noodzakelijke vormen van verplichte zorg.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van matige zelfzorg, hij zijn huisraad heeft vernield en spullen van zijn balkon gooide, hij vier dagen niet heeft geslapen en hij zich verward heeft gedragen bij een supermarkt. Daarnaast bestaat het risico op agressie naar derden, omdat betrokkene aangeeft zich te moeten verdedigen tegen mensen die achter hem aan zitten.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene in de overtuiging verkeert dat kwaadwillende mensen bij hem hebben ingebroken en zijn huis hebben vernield. Hij wordt volledig in beslag genomen door deze overtuiging. Betrokkene is bekend met recidief psychotische ontregeling en is in behandeling bij een FACT-team in [plaats 1] .
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De verpleegkundig specialist ligt toe dat er voor betrokkene wel een zorgmachtiging zal worden aangevraagd.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.6.1
Gelet op de toelichting van de verpleegkundig specialist zal de rechtbank ‘toedienen van vocht en voeding’ alsmede ‘insluiten’ niet in de machtiging overnemen nu betrokkene dit niet nodig heeft.
5.7.
In aanvulling op het verzoek en met analoge toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro zal de rechtbank als vorm van verplichte zorg eveneens toewijzen:
- ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’.
Hieronder moet worden verstaan dat betrokkene contact heeft met zijn ambulant
behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt.
5.8.
Hoewel betrokkene nu zegt in te stemmen met het verzoek, is ook bekend dat hij eerder contact met zijn ambulant behandelteam heeft afgehouden en hij eerder ook heeft aangegeven niet opengenomen te willen worden. De rechtbank heeft er op dit moment geen vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Syrië), wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven in rechtsoverweging 5.7;
- opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 16 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.