ECLI:NL:RBZWB:2026:1786

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
14 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444563 / FA RK 26-528
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Merbel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornissen en verslavingsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1999, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en verslavingsstoornissen. Betrokkene werkt mee aan behandeling en medicatie, maar wil graag stoppen met medicatie, terwijl de behandelaar en mentor benadrukken dat verplichte zorg noodzakelijk is vanwege het risico op ernstig nadeel.

De rechtbank overwoog dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. Er is sprake van impulsief en agressief gedrag tijdens psychoses, met incidenten zoals lastigvallen van mensen, mishandeling en ongewenst gedrag in het openbaar. Betrokkene heeft onvoldoende ziekte-inzicht en legt geen verband tussen cannabisgebruik en zijn psychische kwetsbaarheid.

De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging wordt toegekend voor twaalf maanden met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Het beperken van het recht op bezoek wordt afgewezen omdat dit niet noodzakelijk is.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026 door rechter Van de Merbel en schriftelijk vastgelegd op 23 februari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444563 / FA RK 26-528
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1] , de mentor van betrokkene;
- de heer [persoon 2] , als behandelaar verbonden aan [stichting] .

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De standpunten

3.1.
Door betrokkene is gesteld dat het goed met hem gaat. Hij werkt mee aan de behandeling en neemt zijn medicatie. Ook probeert hij te stoppen met blowen; hij is daar daags voor de zitting mee gestopt. Het liefst wil hij stoppen met de medicatie, maar als de arts vindt dat het nog nodig is, dan begrijpt hij dat. Betrokkene denkt echter dat hij wel zonder de medicatie kan. Hij ervaart veel steun van zijn behandelaar. Hij heeft geleerd van zijn verleden en weet zeker dat de gebeurtenissen uit het verleden niet meer voor zullen komen.
3.2.
Door de advocaat van betrokkene is gesteld dat betrokkene meewerkt met zijn behandeling en zijn medicatie inneemt. Hij vertoont geen verzet. Hij geeft aan dat hij wil stoppen met de medicatie, maar alleen als de arts ook vindt dat dit kan. Als er geen zorgmachtiging meer is, zal hij niet zomaar stoppen met zijn medicatie. Ook is er momenteel geen sprake meer van ernstig nadeel zoals dat er in het verleden was. Primair wordt verzocht het verzoek af te wijzen vanwege het ontbreken van het ernstig nadeel en het ontbreken van verzet. Subsidiair wordt verzocht het verzoek voor minder dan twaalf maanden toe te wijzen, omdat betrokkene de kans moet krijgen om zich tebewijzen.
3.3.
Door de behandelaar is gesteld dat betrokkene op het moment van de zitting in goede doen is. Het stoppen met blowen doet hem goed en dan is er ook geen discussie over de medicatie. Als hij opnieuw gaat blowen is zijn bereidwilligheid voor het nemen van de medicatie een stuk minder. Als hij zijn medicatie niet meer inneemt, is betrokkene terug bij af. Zonder zorgmachtiging zal betrokkene zijn medicatie niet meer in willen nemen, omdat hij er op den duur de noodzaak niet meer van inziet. Hiernaast zijn er in het afgelopen jaar opnieuw incidenten geweest waarbij ernstig nadeel optrad. De behandelaar heeft met betrokkene afgesproken deze incidenten verder niet inhoudelijk te bespreken tijdens de mondelinge behandeling. Een zorgmachtiging voor de duur van een jaar is noodzakelijk. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg, is de vorm ‘beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ waarschijnlijk verkeerd aangekruist. Dit moet zijn ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’. Het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek is niet noodzakelijk.
3.4.
Door de mentor is gesteld dat hij blij is met de goede behandeling vanuit de zorgmachtiging. Als er geen zorgmachtiging is, dan loopt het mis en decompenseert betrokkene. Hij zal dan geen medicatie meer in willen nemen. Het verzoek dient dan ook te worden toegewezen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen .
4.3.
Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er tijdens een psychose sprake is van ernstig impulsief, agressief en seksueel agressief gedrag. Betrokkene valt dan mensen lastig op straat en eerder was er sprake van mishandeling van twee meisjes en van aanranding vanuit zijn waangedachten. Ook is sprake geweest van (uit het niets) hard schreeuwend op de fiets door winkelend publiek rijden, te dicht op andere mensen lopen of herhaaldelijk tegen het achterwiel van de fiets van een oudere dame aantikken. Tevens heeft hij eerder een baby bespuugd die bij zijn moeder in de draagdoek zat.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Gebleken is dat betrokkene geen of onvoldoende ziektebesef of ziekte-inzicht heeft. Hij legt bijvoorbeeld geen link tussen zijn excessieve cannabisgebruik en zijn psychotische kwetsbaarheid. Betrokkene wil, in ieder geval op momenten dat sprake is (geweest) van drugsgebruik, stoppen met zijn behandeling bij [stichting] , maar hij wordt niet in staat geacht om zelf adequate afwegingen te maken aangaande de voor hem noodzakelijke zorg. De rechtbank is het, op grond van het dossier en hetgeen op de zitting door de behandelaar naar voren is gebracht, niet met betrokkene eens dat hij geen medicatie nodig heeft. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.8.
Gelet op de toelichting van de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling, is de rechtbank van oordeel dat in afwijking van het verzoek van de officier ook het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank zal ook deze vorm van verplichte zorg toewijzen.
4.9.
Van de in het verzoek gevraagde overige verplichte zorg, namelijk het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek is niet gebleken dat deze noodzakelijk is. Niet is gebleken dat deze zorg verplicht dient te worden opgelegd om het dreigend nadeel te voorkomen en/of dat betrokkene aan deze vormen van zorg niet vrijwillig meewerkt. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking hetgeen tijdens de mondelinge behandeling door de behandelaar is opgemerkt, namelijk dat deze vorm van verplichte zorg niet nodig is. De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg dan ook afwijzen.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
11 februari 2027;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 23 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.