Uitspraak
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak gegeven nadere beschikking van 14 januari 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van 10 februari 2026 van de GI, met bijlagen.
2.De feiten
3.Het resterende deel van het verzoek en de onderbouwing daarvan
4.De standpunten
5.De nadere beoordeling
zelfbereikt. Door alle positieve ontwikkelingen die zij heeft doorgemaakt, heeft zij allerlei vrijheden gekregen op de groep en heeft zij uitzonderingen gekregen op school. [minderjarige] mag daar ontzettend trots op zijn. Zeker gezien de slechte start die zij in het leven heeft gehad en alles wat zij in haar jonge leven al heeft meegemaakt. Daar is iedereen (de moeder, de advocaat, de Raad, de GI én de kinderrechter) het over eens. Tijdens de zitting zijn er nieuwe zorgen geuit dat [minderjarige] alcohol heeft gebruikt toen zij bij haar moeder was en er zijn zorgen ontstaan over [minderjarige] met betrekking tot loverboyproblematiek, althans over haar seksuele ontwikkeling. [minderjarige] heeft een ander verhaal over wat er wel en niet precies is gebeurd. De kinderrechter weet niet wat wel en niet waar is. Als de zorgen ook maar voor een deel waar zijn, dan vindt de kinderrechter natuurlijk dat de GI maatregelen moet nemen om deze zorgen weg te nemen. Maar dit betekent niet dat alle positieve ontwikkelingen van de afgelopen maanden voor niets zijn geweest. De kinderrechter vindt het dan ook belangrijk dat de GI goed kijkt naar wat er moet gebeuren om de zorgen die er zijn weg te nemen, maar ook dat het doel blijft staan om [minderjarige] zo snel als mogelijk over te plaatsen naar een passende, open vervolgplek.
6.De beslissing
[datum] 2026 om [uur], bij mr. Van Triest als kinderrechter, gehouden in het gebouw van
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.