Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mevrouw [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
- mevrouw [persoon 2] , de echtgenote van betrokkene;
- de heer [persoon 3] , co-assistent.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds 10 februari 2026 in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een crisismaatregel. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting geeft betrokkene aan zich rustiger en helderder te voelen door medicatie en staat hij open voor verdere behandeling, bij voorkeur vrijwillig.
De advocaat van betrokkene sluit zich aan bij dit standpunt en benadrukt de positieve ontwikkeling en behandelbereidheid, waardoor voortzetting van de crisismaatregel niet langer noodzakelijk is. De behandelaar bevestigt de noodzaak van opname en behandeling, maar acht voortzetting binnen een vrijwillig kader mogelijk gezien de duidelijke verbetering door medicatie.
De echtgenote van betrokkene ondersteunt de voortzetting van opname en behandeling en schetst de ernstige situatie voorafgaand aan de opname. De rechtbank concludeert dat er sprake is van ernstig nadeel door een bipolaire-stemmingsstoornis, maar dat betrokkene vrijwillig de noodzakelijke zorg accepteert. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de wettelijke criteria voor verlenging van de crisismaatregel en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig de noodzakelijke zorg accepteert.