ECLI:NL:RBZWB:2026:1817

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444525 / FA RK 26-495
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voortzetting crisismaatregel wegens voldoende vrijwilligheid betrokkene

Betrokkene verblijft sinds kort in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een crisismaatregel vanwege suïcidale gedachten en een complexe psychische voorgeschiedenis met vermoedelijke verstandelijke beperkingen. De burgemeester van Goes gaf de crisismaatregel af op 11 februari 2026. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het niet goed met hem gaat, maar hij accepteert medicatie en wil vrijwillig in de instelling blijven. Zijn advocaat benadrukte deze vrijwilligheid en stelde dat voortzetting van de crisismaatregel niet nodig is. De behandelaar bevestigde de aanhoudende suïcidaliteit en complexe problematiek, maar achtte vrijwillige opname en observatie voldoende.

De rechtbank constateerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar en agressie, veroorzaakt door een psychische stoornis. Echter, omdat betrokkene vrijwillig de noodzakelijke zorg accepteert en wil blijven, voldoet het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel niet aan de wettelijke criteria. Daarom werd het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen vanwege voldoende vrijwilligheid van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444932 / FA RK 26-727
Datum uitspraak: 13 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2] ,
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Kouijzer;
  • mevrouw [persoon 1] , behandelaar;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 3] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 11 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het de afgelopen periode niet goed met hem is gegaan al vindt hij het lastig om dit onder woorden te brengen. Betrokkene geeft aan dat hij zijn medicatie accepteert en dat hij hierdoor wat meer tot rust komt. Betrokkene bevestigt dat hij suïcidale gedachten heeft en dat deze gedachten ook zouden kunnen terugkeren als hij nu naar huis zou gaan. Hij geeft aan dat alleen naar huis gaan op dit moment niet haalbaar is. Betrokkene staat open voor verdere behandeling, is bereid om medicatie te gebruiken en stemt ermee in om nog enige tijd vrijwillig in de instelling te blijven.
4.2.
De advocaat van betrokkene stelt tijdens de zitting dat er bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel in de vorm van levensgevaar. Betrokkene heeft echter tijdens de zitting open en eerlijk verteld over zijn suïcidale gedachten. De advocaat benadrukt dat betrokkene bereid is mee te werken aan de benodigde behandeling, medicatie accepteert en vrijwillig in de instelling wil blijven. Gelet op deze vrijwilligheid en de bereidheid tot samenwerking vindt de advocaat voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk. De advocaat verzoekt daarom om afwijzing van het verzoek en de verdere behandeling voort te zetten vanuit een vrijwillig kader, met daarbij de kanttekening dat opnieuw kan worden ingegrepen indien de vrijwilligheid wegvalt.
4.3.
De behandelaar van betrokkene merkt tijdens de zitting op dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van aanhoudende suïcidaliteit ondanks dat een deel van de eerdere stressfactoren inmiddels is weggevallen. Er is sprake van een complexe voorgeschiedenis met eerdere trauma’s en vermoedelijk overvraging mogelijk samenhangend met een verstandelijke beperking. Betrokkene is nog maar sinds kort opgenomen en deze tijd was hij voornamelijk onder invloed van heel veel alcohol. Hierdoor is het beeld nog onvoldoende van betrokkene. Betrokkene werkt echter goed mee, neemt zijn medicatie in en geeft aan vrijwillig te willen blijven. De behandelaar vindt voortzetting van de opname en observatie noodzakelijk maar heeft er op dit moment voldoende vertrouwen dat dit binnen een vrijwillig kader kan plaatsvinden.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging afwijzen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene zich eerder in een ernstig ontregelde situatie bevond. Betrokkene heeft zich voor de opname verbaal dreigend geuit en actief suïcidaal gedrag laten zien waarbij concrete voorbereidingen zijn getroffen. Bij de komst van de politie zijn een strop, een krukje en een mes aangetroffen. Daarnaast was betrokkene onder invloed van alcohol met een zeer hoog promillage. Er is sprake van agressie richting anderen en aanhoudende suïcidaliteit. Betrokkene is sinds zijn jeugd bekend met impulsiviteit, ADHD en een hechtingsstoornis en er bestaat een vermoeden van een verstandelijke beperking. Dit maakt het reguleren van emoties en gedrag moeilijk voor betrokkene. Ondanks intensieve pogingen tot begeleiding en de-escalatie bleek betrokkene niet te sturen. Ook ter zitting heeft betrokkene nog een doodswens geuit.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, namelijk een vermoeden van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
5.5.
Naar aanleiding van hetgeen betrokkene en zijn advocaat tijdens de zitting naar voren hebben gebracht, constateert de rechtbank dat betrokkene op vrijwillige basis de noodzakelijk geachte zorg zal accepteren en zich niet zal verzetten tegen de noodzakelijk geachte behandeling. Betrokkene zal op vrijwillige basis bij de instelling verblijven zodat verdere behandeling kan plaatsvinden. Betrokkene heeft aangegeven te willen samenwerken met het behandelend team. Deze vrijwilligheid is volgens de behandelaar voldoende duurzaam. Vanwege die vrijwilligheid van betrokkene wordt niet voldaan aan een van de wettelijke criteria voor het voorliggende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 27 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.