Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mevrouw [persoon 1] , behandelaar;
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds kort in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een crisismaatregel vanwege suïcidale gedachten en een complexe psychische voorgeschiedenis met vermoedelijke verstandelijke beperkingen. De burgemeester van Goes gaf de crisismaatregel af op 11 februari 2026. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het niet goed met hem gaat, maar hij accepteert medicatie en wil vrijwillig in de instelling blijven. Zijn advocaat benadrukte deze vrijwilligheid en stelde dat voortzetting van de crisismaatregel niet nodig is. De behandelaar bevestigde de aanhoudende suïcidaliteit en complexe problematiek, maar achtte vrijwillige opname en observatie voldoende.
De rechtbank constateerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar en agressie, veroorzaakt door een psychische stoornis. Echter, omdat betrokkene vrijwillig de noodzakelijke zorg accepteert en wil blijven, voldoet het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel niet aan de wettelijke criteria. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen vanwege voldoende vrijwilligheid van betrokkene.