ECLI:NL:RBZWB:2026:1824

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444416 / FA RK 26-438
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor langdurige klinische behandeling wegens ernstige middelenverslaving en psychische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1971. Betrokkene verscheen niet op de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. De advocaat betwistte de wilsonbekwaamheid en het acuut levensgevaar, en verzocht om een second opinion.

Het FACT-team en een ambulant verpleegkundige gaven aan dat betrokkene lijdt aan een ernstige en langdurige middelenverslaving, met name flakka, en psychische stoornissen zoals paranoïde psychoses en agressieregulatieproblemen. Betrokkene vertoont verward en gevaarlijk gedrag, leeft in een vervuilde woning met veiligheidsrisico’s, en weigert vrijwillige zorg en medicatie.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van ziekte-inzicht en het zorgmijdende gedrag achtte de rechtbank betrokkene niet wilsbekwaam. De rechtbank stelde dat alleen een langdurige klinische opname in een gespecialiseerde instelling, zoals de [kliniek], doelmatig is.

De zorgmachtiging omvat diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperkingen, toezicht en opname. De machtiging geldt voor zes maanden tot 13 augustus 2026. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte zorg en opname wegens ernstige middelenverslaving en psychische stoornissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444416 / FA RK 26-438
Datum uitspraak: 13 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van betrokkene, mr. Van Kampen;
  • de heer [persoon 1] , FACT-team, spv’er;
  • mevrouw [persoon 2] , ambulant verpleegkundige.
1.3.
Hoewel correct opgeroepen, is betrokkene niet verschenen.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De advocaat stelt zich tijdens de zitting op het standpunt dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging. Volgens de advocaat is er geen sprake van acuut levensgevaar en kan betrokkene zijn situatie in voldoende mate overzien. De overlast en zorgen in de buurt zijn volgens de advocaat vervelend maar vormen op zichzelf geen ernstig nadeel in de zin van de wet. De advocaat betwist dat betrokkene wilsonbekwaam is zoals dit in de medische verklaring wordt aangegeven. Voor het geval de rechtbank hier anders over denkt verzoekt de advocaat om een second opinion hierover door een onafhankelijke psychiater. Volgens de advocaat is betrokkene wilsbekwaam en moet betrokkene worden gezien als iemand die in staat is om beslissingen te nemen over zijn leven en zorg. De advocaat verzoekt dan ook om afwijzing van het verzoek.
3.2.
De spv’er van het FACT-team geeft tijdens de zitting aan dat er bij betrokkene sprake is van een langdurig en ernstig beeld van middelenverslaving met name het gebruik van flakka en andere designerdrugs waardoor betrokkene steeds verder achteruitgaat. Eerdere vormen van zorg waaronder ambulante begeleiding en kortdurende detoxopnames hebben geen blijvend effect gehad. Zodra betrokkene uit zorg is, hervat hij direct het middelengebruik. De spv’er ziet dat betrokkene lichamelijk sterk is vermagerd, zichzelf verwaarloost en in een vervuilde woning leeft. Daarbij spelen er risico’s rondom gas, elektra en veiligheid. Tijdens middelengebruik is betrokkene volgens de spv’er niet wilsbekwaam en vertoont hij verward en gevaarlijk gedrag wat leidt tot risico’s voor zijn eigen leven en tot situaties waarin hij agressie van derden oproept. De spv’er acht een langdurige klinische opname noodzakelijk, bij voorkeur in de [kliniek] (en zo nodig een vergelijkbare gespecialiseerde instelling). Dit is volgens de spv’er de enige resterende en doelmatige behandeloptie om betrokkene abstinent te krijgen en zijn functioneren goed in kaart te kunnen brengen. De spv’er acht het dan ook noodzakelijk dat een zorgmachtiging wordt verleend voor betrokkene.
3.3.
De verpleegkundige merkt tijdens de zitting op dat er ernstige zorgen zijn over de toestand van betrokkene. Zij ziet dat betrokkene sterk is afgevallen, slecht eet en drinkt, vervuild is en zichzelf verwaarloost. De woning van betrokkene vertoont duidelijke sporen van ontregeling zoals kapotte ramen en gaten in de muren. Hij is toenemend mikpunt van jongeren die hem thuis belagen. De verpleegkundige beschrijft dat betrokkene zonder middelengebruik een vriendelijke en verzorgende man kan zijn maar dat dit beeld steeds minder vaak wordt gezien doordat het middelengebruik toeneemt. Volgens de verpleegkundige is het pijnlijk om te zien hoe betrokkene de afgelopen jaren maatschappelijk is afgegleden. Volgens de verpleegkundige is het risico op ernstig lichamelijk letsel of zelfs overlijden reëel gezien de combinatie van zwaar middelengebruik, slechte zelfzorg en gevaarlijke situaties in en rond de woning. Volgens de verpleegkundige is het noodzakelijk dat aan betrokkene een zorgmachtiging wordt verleend die gericht is op een langdurige klinische behandeling.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging verlenen voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van middelenmisbruik en acute paranoïde psychoses die deels aan middelen zijn gerelateerd en deels vanuit schizofrenie. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van agressie disregulatie met impulscontrole stoornissen en psychosociale problemen. Betrokkene heeft geen ziektebesef en geen ziekte-inzicht.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene al jarenlang bekend is met ernstig polimiddelengebruik, waaronder XTC, amfetamines, cocaïne, cannabis, nicotine en vooral flakka. Het gebruik van flakka leidt bij betrokkene tot acute paranoïde psychoses waarbij hij de controle verliest en ernstige overlast veroorzaakt in de buurt. Dit uit zich in luid schreeuwen, hard bonken en slaan tegen muren, het vernielen van huisraad en het intimideren van voorbijgangers. Tijdens deze ontregelde periodes ervaart betrokkene auditieve bevelshallucinaties waarbij hij stemmen hoort die hij toeschrijft aan God en ziet hij dreigende beelden van menigtes. Betrokkene is dan nauwelijks aanspreekbaar, onberekenbaar en vertoont dreigend en agressief gedrag. Pogingen van politie of omwonenden om hem tot rust te brengen hebben geen effect waardoor angst en onveiligheid in de buurt ontstaan.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is zorgmijdend en komt de afspraken met het FACT-team niet na. Ook verzet hij zich tegen zijn medicatie en is hij niet bereid om zijn middelengebruik te staken. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
De rechtbank overweegt dat bij betrokkene sprake is van een zeer ernstige middelenverslaving (flakka) die een zodanige omvang heeft aangenomen dat niet langer kan worden gesproken van controle over het gebruik maar van een situatie waarin de verslaving overwegend het handelen van betrokkene bepaalt. Ook in steeds beperktere perioden waarin betrokkene geen middelen gebruikt is er weliswaar sprake van enig besef maar ontbreekt voldoende ziekte-inzicht bij betrokkene om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen over zijn gezondheid en veiligheid. De rechtbank acht betrokkene daarom niet wilsbekwaam ten aanzien van zijn zorgbehoefte. De rechtbank stelt verder vast dat sprake is van een reëel en ernstig gevaar voor het leven van betrokkene. Het gebruik van flakka in combinatie met de ernstige vermagering door onvoldoende voeding en zelfverwaarlozing brengt ernstige risico’s met zich mee waaronder het oplopen van fataal lichamelijk letsel. Daarnaast bestaan er concrete veiligheidsrisico’s in de thuissituatie onder meer door risico’s rondom gas en elektriciteit. Gelet op de ernst en hardnekkigheid van de problematiek is de rechtbank van oordeel dat slechts een langdurig en gespecialiseerd klinisch traject nog als doelmatig kan worden aangemerkt. Een opname bij de [kliniek] (of soortgelijke instelling) biedt de mogelijkheid om betrokkene abstinent te laten worden en om zorgvuldig te onderzoeken welke behandeling en begeleiding noodzakelijk zijn voor een duurzaam herstel van betrokkene. Een andere opname of eerder ingezette kortdurende behandelingen ziet de rechtbank niet als doelmatig, nu betrokkene steevast onmiddellijk het drugsgebruik hervat zodra hij weer thuis komt.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. en 4.8. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
13 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 27 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.