ECLI:NL:RBZWB:2026:1842

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/02/436140 / FA RK 25-2865
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:247 lid 1 BWArt. 1:251a lid 1 BWArt. 1:253n BWArt. 15 HKBV 1996
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging naar eenhoofdig ouderlijk gezag wegens langdurige afwezigheid vader

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 februari 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het gezag over een minderjarige dochter van gescheiden ouders. De moeder verzocht om wijziging van het gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag bij haar, omdat de vader al jaren geen betrokkenheid toont en zijn medewerking niet verleent.

De vader was niet verschenen op de zitting en is onvindbaar, mogelijk verblijvend in België of Roemenië. De moeder draagt al jaren alleen de verzorging en opvoeding van het kind en ervaart ernstige communicatieproblemen met de vader, die belangrijke beslissingen zoals de paspoortaanvraag niet toestaat.

De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het belang van het kind vereist dat de moeder voortaan alleen het gezag draagt. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe uitvoering te waarborgen. De griffier wordt verzocht een aantekening in het gezagsregister te maken.

Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt gewijzigd naar eenhoofdig gezag bij de moeder vanwege langdurige afwezigheid en gebrek aan betrokkenheid van de vader.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/436140 / FA RK 25-2865
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Nadere beschikking over gezag
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. F.J. Koningsveld te Breda,
en
[de man],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen de man.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1. Het nader procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 7 augustus 2025;
- de oproep van de man in de Staatscourant van 14 oktober 2025.
1.2. Bij beschikking van deze rechtbank van 7 augustus 2025 is aan de vrouw vervangende toestemming verleend voor de aanvraag van het paspoort van de minderjarige dochter van partijen en is het verzoek tot wijziging van het gezag aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
1.3. De zaak is nader behandeld op de zitting van 23 januari 2026. Bij die gelegenheid is de vrouw, bijgestaan door mr. Z.A. Hoetjes (waarnemend voor mr. F.J. Koningsveld) verschenen. Ook was een vertegenwoordiger van de Raad aanwezig.
1.4. De man is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
Op grond van de overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen zijn met elkaar gehuwd geweest tot [datum] 2022;
- uit hun huwelijk is geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2018, hierna te noemen: [minderjarige] ;
- partijen dragen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] ;
- [minderjarige] woont bij de vrouw;
- Partijen en [minderjarige] hebben de Roemeense nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Aan de orde is het verzoek van de vrouw om, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vrouw voortaan als enige met het ouderlijk gezag over [minderjarige] is belast.

4.De nadere beoordeling

4.1.
In de beschikking van 7 augustus 2025 heeft de rechtbank reeds overwogen dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is het verzoek van de vrouw te beoordelen, omdat [minderjarige] op het moment van indiening van het verzoek haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op grond van artikel 15 HKBV Pro 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek. Daarnaast heeft de rechtbank geconcludeerd dat partijen naar Roemeens recht gezamenlijk het gezag dragen over [minderjarige] .
4.2.
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank bepaalt dan aan wie van de ouders voortaan het gezag over het minderjarig kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n lid 1 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op grond van deze bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over minderjarigen aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders de minderjarige klem of verloren zouden raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
4.3.
De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangegeven dat de man al jaren niet betrokken is in het leven van [minderjarige] . Er is sprake van een ernstig verstoorde communicatie tussen de ouders. Zij stuurt soms een bericht over [minderjarige] via social media of whatsapp aan de man, maar hij reageert daar niet op. De vrouw wordt door de man op de communicatiekanalen geblokkeerd of de man wijzigt van telefoonnummer. De vrouw weet niet waar de man op dit moment verblijft. Dit is mogelijk in België of Roemenië. Hij geeft niet zijn toestemming voor belangrijke zaken omtrent [minderjarige] , zoals de aanvraag van haar paspoort. De vrouw wil met [minderjarige] ook binnenkort naar Roemenië om haar zieke moeder te bezoeken. De man vraagt nooit hoe het met [minderjarige] gaat. De man is dus niet op de hoogte van de ontwikkeling van [minderjarige] . De vrouw draagt al jaren alleen de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Het is in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de vrouw alleen het gezag over haar zal dragen.
4.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de inhoud van de stukken en de zitting is gebleken dat de omstandigheden met betrekking tot de minderjarige inmiddels zodanig zijn gewijzigd dat het verzoek van de vrouw tot wijziging van het gezag moet worden toegewezen.
4.5.
Het ouderlijk gezag houdt (op grond van artikel 1:247 lid 1 BW Pro) een aantal bevoegdheden in die nodig zijn voor de opvoeding en verzorging van een kind, zoals de bevoegdheid om belangrijke beslissingen in het leven van een kind te nemen. Om invulling aan het gezag te geven moet een ouder bekend zijn met de ontwikkeling van het kind en wat er in het kind omgaat. Zoals de Raad tijdens de zitting heeft aangegeven vereist het gezag dat je als ouder bereikbaar en beschikbaar bent en initiatief toont in interesse hebben in en betrokkenheid tonen bij je kind. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de man al jarenlang niet betrokken is in het leven van [minderjarige] . Hij is niet op de hoogte van haar ontwikkeling. Daarnaast is de man vrijwel niet bereikbaar voor de vrouw en verleent hij zijn instemming voor belangrijke zaken voor [minderjarige] (zoals haar paspoort) niet. Daarmee handelt de man niet in het belang van [minderjarige] . Bovendien belemmert het de vrouw in de uitoefening van haar gezag over [minderjarige] .
4.6.
De rechtbank acht het daarom, net als de Raad, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de vrouw voortaan alleen het gezag met over [minderjarige] zal worden belast.
4.7.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het in het belang van [minderjarige] is dat deze beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
bepaalt dat het gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2018, voortaan aan de vrouw alleen toekomt;
5.2
verzoekt de griffier van de rechtbank hiertoe een aantekening te maken in het gezagsregister;
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026 door mr. Sumner, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Verger-Maas, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.