Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
“Ook goed” “Misschien verkeerd op het net”.
“Btw neem ik aan”.
“Marge bestaat niet bij 0 km” “of jonger dan 6 mnd”. Daarop reageert [B.V. 1] :
“Bij mij wel” […] “Nee, is marge auto geloof me”.
“Wanneer heb je van mij een btw auto gekocht […]?”Vervolgens antwoordt de contactpersoon van [B.V. 1] dat het gaat om een margeauto. Belanghebbende heeft die auto vervolgens van [B.V. 1] gekocht.
- Situatie 1 betreft de situatie dat belanghebbende de auto heeft aangekocht zonder tussenkomst van [B.V. 1] of [B.V. 3] . Belanghebbende beschikte over de bij de auto behorende (Duitse) autopapieren, en heeft voor de auto zelf de Bpm aangifte verzorgd (hierna: situatie 1).
- Situatie 2 betreft de situatie dat belanghebbende de auto heeft aangekocht met tussenkomst van [B.V. 1] of [B.V. 3] . In deze situatie beschikte belanghebbende over de bij de auto behorende (Duitse) papieren, en heeft zij zelf de Bpm aangifte voor de auto verzorgd (hierna: situatie 2).
- Situatie 3 betreft de situatie dat belanghebbende de auto heeft aangekocht met tussenkomst van [B.V. 1] of [B.V. 3] , maar zij in beginsel zelf niet beschikte over de bij de auto behorende (Duitse) papieren. Zij heeft in die situatie ook niet zelf de aangifte Bpm voor de auto verzorgd (hierna: situatie 3).
“Toelichting op berekening
situatie 2
situatie
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting tot € 1.309.706 en vermindert de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 3.200 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 385 aan belanghebbende moet vergoeden.