ECLI:NL:RBZWB:2026:1874
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning 2023
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1939 met een gebruikersoppervlakte van 128 m2, gelegen op een perceel van 270 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 bedraagt €230.000. Na een ongegrond bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze waarde.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht. Belanghebbende betwist de vergelijkbaarheid van de referentiewoningen die de heffingsambtenaar heeft gebruikt, met name omdat deze eindwoningen zouden zijn en zijn woning vrijstaand is. Hij heeft een alternatieve referentiewoning aangedragen.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde op juiste wijze is opgebouwd. De verschillen in woningtype leiden niet tot relevante verschillen in waarde. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwing geleverd om de gehanteerde referentiewoningen te verwerpen.
Daarom is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld en blijft de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €230.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.