ECLI:NL:RBZWB:2026:1877
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende rekening met gedateerde staat
Belanghebbende, eigenaar van een hoekwoning uit 1972, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €251.000 voor het belastingjaar 2023. Na een ongegrond verklaard bezwaar ging belanghebbende in beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De heffingsambtenaar voerde een getaxeerde waarde van €259.000 aan, gebaseerd op een matrix met referentiewoningen die qua bouwjaar, oppervlakte en uitstraling vergelijkbaar waren. Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde staat van de woning, zoals het onderhoud van dak, vloeren en muren.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning adequaat waren verwerkt. Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €221.000 niet voldoende onderbouwen, noch de subsidiaire waarde van €239.000.
Daarom stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €240.000. De uitspraak vernietigde het bezwaar, verlaagde de aanslag OZB dienovereenkomstig, en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra en griffier W.M.C. Oomen op 24 maart 2026 te Middelburg.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de WOZ-waarde van de woning naar €240.000 wegens onvoldoende aannemelijkheid dat rekening is gehouden met de gedateerde staat.