ECLI:NL:RBZWB:2026:1878
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning 2023
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1901 met een gebruikersoppervlakte van 63 m2, gelegen op een perceel van 144 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 bedraagt €100.000. Na een ongegrond bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze waarde.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting en beoordeelde de waarde op basis van de vergelijkingsmethode. Belanghebbende betwistte de vergelijkbaarheid van een referentiewoning gelegen in het buitengebied, maar de rechtbank oordeelde dat deze woning voldoende vergelijkbaar is vanwege het bouwjaar en vloeroppervlak, mede gezien de beperkte omvang van de dorpskern.
De heffingsambtenaar heeft een matrix met marktgegevens overgelegd waaruit een waarde van €102.000 blijkt. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde op juiste wijze is opgebouwd en dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €100.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.