ECLI:NL:RBZWB:2026:1879
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende correctie voor gedateerde voorzieningen
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning uit 1962 met een gebruikersoppervlakte van 67 m2 en een perceel van 350 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 vast op €233.000, welke belanghebbende betwistte. Na een ongegrond verklaard bezwaar is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de vergelijkbaarheid van referentiewoningen en concludeerde dat deze voldoende vergelijkbaar zijn qua type, ligging en verkoopdatum. De heffingsambtenaar overlegde een matrix met een getaxeerde waarde van €242.000, maar maakte onvoldoende inzichtelijk hoe rekening werd gehouden met de ondergemiddelde staat van de woning, met name de gedateerde badkamer, keuken en toilet.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende correcties toepaste voor het voorzieningenniveau, terwijl vergelijkbare referentiewoningen wel gecorrigeerd waren. Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €224.000 niet aannemelijk maken. Daarom stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €228.000.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar, vermindert de WOZ-waarde en de aanslag OZB dienovereenkomstig, en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De Wet herwaardering proceskosten WOZ en bpm is niet van toepassing omdat de beschikking en uitspraak op bezwaar voor 1 januari 2024 zijn gedaan.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €229.000 wegens onvoldoende correctie voor gedateerde voorzieningen.