ECLI:NL:RBZWB:2026:1902

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11647322 CV EXPL 25-1253
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Kool
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke ontbinding koopovereenkomst pony wegens non-conformiteit en gebrekkige informatie

Op 18 augustus 2022 kocht eiseres een pony van gedaagde voor €5.500,00, gebaseerd op een klinische keuring door een dierenarts. Na overdracht bleek de pony ernstige peesblessures te hebben die het berijden onmogelijk maken. Eiseres stelde dat gedaagde had moeten informeren over een ongeluk in 2019 dat de blessure veroorzaakte.

Eiseres vorderde onder meer een prijsvermindering, vernietiging of ontbinding van de koopovereenkomst en schadevergoeding. Gedaagde verweerde zich met het argument dat de pony gezond was verkocht en dat eiseres haar rechten had verwerkt door de tijd die verstreek.

De kantonrechter verwierp het beroep op rechtsverwerking en oordeelde dat gedaagde niet hoefde te informeren over het ongeluk omdat zij dacht dat de pony volledig was hersteld. Wel stelde de rechter vast dat de blessure uit 2019 in aanmerkelijke mate heeft bijgedragen aan de kreupelheid in 2024, waardoor de pony niet meer bereden kan worden. De koopovereenkomst wordt daarom gedeeltelijk ontbonden en de koopprijs verlaagd tot €1.500,00. Daarnaast werden schadevergoeding, expertkosten, incassokosten en proceskosten toegewezen aan eiseres.

Uitkomst: De koopovereenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden met verlaging van de koopprijs en toekenning van schadevergoeding en kosten aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11647322 CV EXPL 25-1253
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. N. Ligthart,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr.ir. J.L. Mieras.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 14 mei 2025 en de daarin vermelde stukken.
1.2.
Op 27 november 2025 is de zaak behandeld tijdens de mondelinge behandeling, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiseres] heeft op 18 augustus 2022 een pony (een merrie) gekocht van [gedaagde] voor € 5.500,00. Zij heeft de pony gekocht op basis van een klinische keuring door de dierenarts mevrouw [dierenarts 1] (hierna: dierenarts [dierenarts 1] ) die een dag eerder is uitgevoerd. Op 10 oktober 2022 is de pony overgedragen. Het keuringsrapport van dierenarts [dierenarts 1] vermeldt een litteken op de buik van een oude huidwond maar geen overige bijzonderheden. Op 25 november 2022 heeft [eiseres] kenbaar gemaakt aan [gedaagde] dat de fysio heeft geconstateerd dat het rechter achterbeen van de pony een bekende moeilijke plek is als gevolg van een ongeluk. Op 26 juni 2024 heeft de dierenarts mevrouw [dierenarts 2] (hierna: dierenarts [dierenarts 2] ) verklaard dat de pony niet meer bereden kan worden en met pensioen moet gaan. Namens [eiseres] is op 17 september 2024 schriftelijk een beroep gedaan op bedrog of dwaling. [eiseres] wilde de koopovereenkomst wijzigen om haar nadeel als gevolg van wilsgebreken op te heffen, zodat de koopprijs verlaagd wordt van € 5.500,00 tot € 1.500,00. [gedaagde] is daarmee niet akkoord gegaan.
2.2.
[eiseres] stelt dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van bedrog of dwaling, althans dat de pony niet aan die overeenkomst beantwoordt. Daarom vordert zij, samengevat en naar de kantonrechter begrijpt:
- primair: een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst op 17 september 2024 rechtsgeldig is gewijzigd zodat de koopsom € 1.500,00 bedraagt in plaats van € 5.500,00,
- subsidiair: vernietiging van de koopovereenkomst,
- meer subsidiair: gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst,
- nog meer subsidiair: aanpassing van de koopovereenkomst door vermindering van de koopprijs,
- primair, subsidiair en meer subsidiair: de veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van € 4.000,00,
- primair, subsidiair, meer subsidiair en nog meer subsidiair: de veroordeling van [gedaagde] :
- tot betaling van € 707,45 aan schadevergoeding met wettelijke rente,
- tot betaling van € 307,00 voor de expertkosten met wettelijke rente,
- tot betaling van € 757,12 als vergoeding van de incassokosten,
- in de proceskosten en de nakosten met de wettelijke rente.
Tot slot vordert [eiseres] dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
2.3.
[gedaagde] is het niet eens met de vorderingen. Zij voert aan dat [eiseres] haar recht heeft verwerkt om te klagen over de pony, omdat de pony uitgebreid is onderzocht en goed is bevonden door de dierenarts. [gedaagde] heeft een gezonde pony verkocht en in een korte tijd veel kan veel gebeuren met een levend wezen. Verder voert [gedaagde] aan dat er te veel tijd zit tussen de koop en het klagen. Ook betwist zij de vorderingen tot schadevergoeding.

3.De beoordeling

Rechtsverwerking en klachtplicht
3.1.
Het beroep van [gedaagde] op rechtsverwerking en op schending van de klachtplicht slaagt niet. Dat de pony voor de aankoop door de dierenarts is onderzocht, leidt er niet toe dat [eiseres] haar rechten heeft verwerkt. Op 25 november 2022 schreef [eiseres] aan [gedaagde] dat de fysio had gezegd dat het rechter achterbeen van de pony een bekende moeilijke plek is omdat zij vroeger een ongeluk heeft gehad met een kar. [gedaagde] erkende het ongeluk, maar volgens haar was de pony volledig gerevalideerd. Volgens [eiseres] heeft dierenarts [dierenarts 2] op 25 juni 2024 vastgesteld dat de pony niet meer kan worden bereden als gevolg van een ernstige peesblessure aan het rechter achterbeen die voortkomt uit een oude blessure die voor de koop is ontstaan (naar de kantonrechter begrijpt: bij het ongeluk met de kar). De volgende dag, op 26 juni 2024 heeft [eiseres] hierover bij [gedaagde] geklaagd. Hieruit volgt dat [eiseres] tijdig na ontdekking van het gestelde gebrek aan de pony daarover heeft geklaagd.
Bedrog en dwaling
3.2.
[eiseres] heeft haar beroep op bedrog ingetrokken tijdens de mondelinge behandeling. Zij stelt dat sprake is van dwaling, omdat [gedaagde] haar voor de koop had moeten inlichten over het ongeluk dat de pony in 2019 heeft gehad met de kar. Weliswaar heeft [gedaagde] deze mededeling niet gedaan, maar dit hoefde zij naar het oordeel van de kantonrechter ook niet te doen. [gedaagde] dacht immers dat de pony weer was hersteld van het ongeluk en dit werd bevestigd in de keuring door dierenarts [dierenarts 1] . Het geval dat [gedaagde] in verband met wat zij wist of behoorde te weten over (de gevolgen van) het ongeluk in 2019 [eiseres] had behoren in te lichten, doet zich daarom niet voor. Dat betekent dat de gevorderde verklaring voor recht niet wordt uitgesproken en de subsidiaire vordering tot vernietiging van koopovereenkomst niet toewijsbaar is.
Non-conformiteit
3.3.
[eiseres] stelt dat dierenarts [dierenarts 2] op 25 juni 2024 heeft vastgesteld dat het rechter achterbeen van de pony ernstig is beschadigd aan de diepe buigpees. [gedaagde] betwist dit niet en dit is bevestigd met de schriftelijke verklaring van dierenarts [dierenarts 2] van 26 juni 2024.
3.4.
De pony is geblesseerd geraakt aan haar rechter achterbeen bij het ongeluk met de kar in 2019. [gedaagde] wijst er terecht op dat een pony een levend wezen is waarmee in korte tijd veel kan gebeuren. Zij betwist daarmee [eiseres] stelling dat de vaststelling door dierenarts [dierenarts 2] dat het rechter achterbeen van de pony ernstig is beschadigd aan de diepe buigpees voortkomt uit de blessure die de pony had opgelopen in 2019. Het komt er dan ook op aan of deze in 2019 ontstane blessure in aanmerkelijke mate heeft bijgedragen aan de in 2024 vastgestelde kreupelheid waardoor de pony niet meer bereden kan worden. Als dat het geval is, slaagt het verweer van [gedaagde] dat met de pony niets aan de hand was bij koop en levering niet. [eiseres] mocht dan verwachten dat de pony toen geen dergelijke blessure zou hebben die in aanmerkelijke mate zou (kunnen) bijdragen aan de later vastgestelde kreupelheid.
3.5.
Via WhatsApp hebben partijen elkaar geschreven over de bevindingen van dierenarts [dierenarts 2] . Hiervan is het volgende van belang:
- op 26 juni 2024 om 13:44 uur schreef [eiseres] : “
We hebben heel slecht nieuws. Gisteren in de kliniek geweest(waarmee de kliniek van dierenarts [dierenarts 2] is bedoeld, opmerking kantonrechter)
. Haar diepe buigpees rechts achter is beschadigd. Niks meer aan te doen. Ze mag enkel nog op de wei rondlopen.
- op 26 juni 2024 14:24 uur schreef [gedaagde] : “
Ik vraag me af of er deels schuld bij mij ligt bij de verkoop, maar als ik dit geweten had had ik de koop nooit doorgezet”.
- op 26 juni 2024 om 14:37 uur schreef [eiseres] : “
Chirurg(met wie dierenarts [dierenarts 2] is bedoeld, opmerking kantonrechter)
zag wel dat het een oude peesblessure was en was heel verbaasd dat ze zo goed kon lopen met deze staat van blessure.” … “
Wel valt er nu veel op z’n plek voor me. Die rechtergalop die ze moeilijk vond. Het altijd willen verspringen van rechts naar links. En die lange zoektocht naar een zadel. Dat had er allemaal mee te maken zei ze(met wie dierenarts [dierenarts 2] is bedoeld, opmerking kantonrechter)”.
- op 1 juli 2024 om 10:21 uur schreef [eiseres] : “
Wanneer was dat ongeluk met die kar? Door welke dierenarts is ze toen behandeld? En is er toen een echo gelijk daarna en ook na die rustperiode gemaakt? Wat waren de uitslagen van die echo’s?”
- op 1 juli 2024 om 10:44 uur schreef [gedaagde] : “
Het is 5 a 6 jaar geleden gebeurd, [dierenarts 1](met wie dierenarts [dierenarts 1] is bedoeld, opmerking kantonrechter)
heeft toen een aantal maanden na het ongeval een echo gemaakt, ik heb hier geen officieel verslag van of iets maar er was toen schade te zien aan 1 van haar pezen.”
3.6.
De kantonrechter leidt hieruit af dat [eiseres] van dierenarts [dierenarts 2] had begrepen dat die een verband zag tussen de peesblessure aan het rechter achterbeen die de pony had opgelopen in 2019 en de vaststelling op 25 juni 2024 dat het rechter achterbeen van de pony ernstig is beschadigd aan de diepe buigpees.
3.7.
Naar aanleiding van de bevindingen van dierenarts [dierenarts 2] heeft [eiseres] gebeld met de dierfysiotherapeut mevrouw [naam] (hierna: [naam] ). [eiseres] stelt dat volgens [naam] zij bij [gedaagde] de pony enkele keren heeft behandeld aan de pees rechts achter. [gedaagde] wist af van de blessure en wist ook dat het been minder flexibel was. De laatste behandeling was het losmaken van het bekken nadat de pony drachtig was geweest. Toen heeft [naam] [eiseres] laten weten dat er een probleem was met het rechter achterbeen. Ook heeft [naam] in haar dossier genoteerd dat de pony in mei 2022 lichte kreupelheid vertoonde. Bij antwoord is [gedaagde] hierop niet ingegaan. Daarnaar gevraagd, verklaarde [gedaagde] op de zitting dat na het ongeluk de pony uitgebreid is gerevalideerd en [gedaagde] daarna van de blessure niets heeft gemerkt, behalve wat kleinigheidjes. De lichte kreupelheid die [naam] constateerde in mei 2022 betrof niet het rechter achterbeen maar het linker achterbeen.
3.8.
De kantonrechter leidt hieruit af dat [naam] de pony na het ontstaan van de peesblessure aan het rechter achterbeen in 2019 enkele malen heeft behandeld aan die blessure. [gedaagde] wist dat het rechter achterbeen minder flexibel was. [gedaagde] stelt dat de pony is gerevalideerd, maar merkte nog wel wat kleinigheidjes. Daaruit volgt dat de pony niet volledig was gerevalideerd. [gedaagde] motiveert niet dat de lichte kreupelheid die [naam] in mei 2022 constateerde niet het rechter achterbeen betrof, maar het linker achterbeen. Zelfs als toch moet worden aangenomen dat [naam] in mei 2022, kort voor het sluiten van de koopovereenkomst, slechts een lichte kreupelheid constateerde aan het linker achterbeen, had [gedaagde] daarvan melding moeten maken aan [eiseres] . Dat heeft zij niet gedaan.
3.9.
Naar aanleiding van de bevindingen van dierenarts [dierenarts 2] heeft [eiseres] contact opgenomen met de dierenarts [dierenarts 1] . Dit contact liep via WhatsApp. Dierenarts [dierenarts 1] heeft de pony op 17 augustus 2022 gekeurd en eerder ook behandeld. Zij schreef onder meer aan [eiseres] :
- op 1 juli 2024 om 13:49 uur in antwoord op [eiseres] vraag wat zij zag op de echo’s (waarmee de echo is bedoeld die dierenarts [dierenarts 1] enige tijd na het ongeval in 2019 heeft gemaakt, opmerking kantonrechter): “
Zit idd kleurverschil in de pees zelf. Moet egaal zijn, dat is het niet”.
- op 1 juli 2024 om 13:59 uur in reactie op de suggestie van [eiseres] nog eens een scan te maken: “
En die controle scan gaat weinig verschil maken voor jullie denk ik.. Lelijk is lelijk… gaat niet mooi meer worden”.
- op 6 juli 2024 om 17:02 uur in antwoord op de vraag van [eiseres] waarom dierenarts [dierenarts 1] in haar keuringsrapport van 17 augustus 2022 de oude peesblessure en de echo niet had vermeld, maar de buikwond wel: “
Heel eerlijk heb ik daar echt niet aan gedacht op dat moment, ik ben er maar 1x geweest voor pees. En dat was jaren geleden.” … “
En omdat het paard volledig herpakt was, lange afstanden liep en tijdens de keuring perfect liep heb ik er echt oprecht niet meer aan gedacht.” … “
Een peesecho is geen onderdeel van een gewone keuring, pas als er problemen zijn tijdens de keuring kan dat een voorstel zijn als volgende stap. Maar [paard](de naam van de pony, opmerking kantonrechter)
liep de sterren van de hemel.. er was geen enkele reden om aan te nemen dat daar een probleem zat.”.
3.10.
De kantonrechter leidt hieruit af dat dierenarts [dierenarts 1] tijdens haar aankoopkeuring geen problemen in het loopgedrag van de pony heeft geconstateerd. Als gevolg daarvan heeft zij de er niet aan gedacht dat de pony een peesblessure aan het rechter achterbeen had opgelopen in 2019. Geconfronteerd met de bevindingen van dierenarts [dierenarts 2] , bevestigt dierenarts [dierenarts 1] dat de oude peesblessure niet volledig was hersteld, zoals ook blijkt uit de echo die zij enige tijd na het ongeval in 2019 heeft laten maken. Indien dierenarts [dierenarts 1] bekend was geweest tijdens de aankoopkeuring met het feit dat [naam] de blessure aan het rechter achterbeen enkele maanden had behandeld en in mei 2022 lichte kreupelheid had gesignaleerd, lag het voor de hand dat [dierenarts 1] daarnaar verder onderzoek had gedaan.
3.11.
De kantonrechter komt dan ook tot de slotsom dat [eiseres] voldoende heeft onderbouwd en [gedaagde] onvoldoende heeft betwist dat de in 2019 ontstane peesblessure aan het rechter achterbeen in aanmerkelijke mate heeft bijgedragen aan de in 2024 vastgestelde kreupelheid waardoor de pony niet meer bereden kan worden. Het verweer dat na het ongeval in 2019 de pony volledig was gerevalideerd, slaagt niet.
3.12.
Nu de pony niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, kan die overeenkomst gedeeltelijk worden ontbonden. Dit betekent dat de overeengekomen koopprijs wordt verminderd tot de waarde van de geleverde pony met het later vastgestelde gebrek. Als gevolg van dit gebrek kon de pony weliswaar enige tijd worden gebruikt zoals partijen voor ogen stond, maar daarna – anders dan [eiseres] op grond van de overeenkomst mocht verwachten – niet meer. De kantonrechter volgt niet het verweer dat revalidatie van de pony volgens dierenarts [dierenarts 2] nog mogelijk was. Dit verweer miskent dat het advies van deze dierenarts inhoudt niet te revalideren maar de pony ‘met pensioen te sturen’. Er zou nog therapie kunnen worden toegepast om de kans op genezing wat te verbeteren, maar ook dan is er slechts een lage kans op functioneel herstel. Ook houdt [gedaagde] geen rekening met de kosten van een dergelijke therapie. De kantonrechter komt tot de slotsom dat voldoende is onderbouwd dat de waarde van de pony met gebrek kan worden gesteld op € 1.500,00.
Schadevergoeding, expertkosten en buitengerechtelijke incassokosten
3.13.
Doordat de pony niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van die overeenkomst. [eiseres] heeft recht op vergoeding van schade als gevolg van de tekortkoming. Zij stelt dat zij kosten heeft moeten maken voor de revalidatie van de pony, die nodig waren om te kunnen rijden met de pony.
3.14.
De schade die ziet op kosten van [dierenarts 3] , [bedrijf] en [paardenarts] is onvoldoende onderbouwd. Op basis van de overgelegde facturen kan niet vastgesteld worden dat deze kosten zijn gemaakt in verband met het revalideren van de pony of het kunnen berijden van de pony. Ook de schade die ziet op de kosten van de aanschaf van het zadel is onvoldoende onderbouwd. Het zadel heeft een waarde zodat de schade niet kan worden gesteld op de kosten van de aanschaf. De kantonrechter schat deze schade op € 65,00.
3.15.
De schade die ziet op € 100,00 aan kosten bij Dierfysiotherapie is toewijsbaar, omdat met de factuur voldoende is onderbouwd dat kosten zijn gemaakt voor de revalidatie van de pony. De gevorderde expertkosten van € 307,00 zijn voldoende onderbouwd en daarmee ook toewijsbaar. [gedaagde] is ook wettelijke rente verschuldigd over deze bedragen vanaf 2 oktober 2024.
3.16.
[eiseres] komt in aanmerking voor een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft haar vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten voldoende onderbouwd. Het verweer van [gedaagde] dat deze kosten onterecht zijn gemaakt, gaat niet op. De gevorderde vergoeding is hoger dan het wettelijke tarief. De kantonrechter wijst daarom het bedrag toe tot het wettelijke tarief. In dit geval is dat € 684,50 (inclusief btw).
Proceskosten
3.17.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.267,14
3.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
ontbindt gedeeltelijk de koopovereenkomst tussen partijen, zodat de koopprijs van € 5.500,00 wordt verminderd tot € 1.500,00,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 4.000,00 aan koopsom terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2024 tot aan de dag van algehele betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 165,00 aan schadevergoeding te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2024 tot aan de dag van algehele betaling,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 307,00 aan expertkosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2024 tot aan de dag van algehele betaling,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 684,50 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen,
4.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, waarbij die van [eiseres] zijn vastgesteld op € 1.267,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.7.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.