ECLI:NL:RBZWB:2026:1913
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens tegemoetkoming WIA-uitkering
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering per 26 maart 2025 te beëindigen. Op 29 oktober 2025 besloot het UWV deze beëindiging niet te effectueren, waardoor verzoekster haar loonaanvullingsuitkering behoudt vanwege haar 80-100% arbeidsongeschiktheid.
Naar aanleiding van deze tegemoetkoming trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij de rechtbank om het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft niet gereageerd op dit verzoek.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door het besluit tot beëindiging van de uitkering niet door te voeren. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is anoniem gepubliceerd. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar beroep wegens tegemoetkoming.