ECLI:NL:RBZWB:2026:1913

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
25/1970
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S. Hindriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens tegemoetkoming WIA-uitkering

Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering per 26 maart 2025 te beëindigen. Op 29 oktober 2025 besloot het UWV deze beëindiging niet te effectueren, waardoor verzoekster haar loonaanvullingsuitkering behoudt vanwege haar 80-100% arbeidsongeschiktheid.

Naar aanleiding van deze tegemoetkoming trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij de rechtbank om het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft niet gereageerd op dit verzoek.

De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door het besluit tot beëindiging van de uitkering niet door te voeren. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en is anoniem gepubliceerd. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1970

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(het UWV; kantoor Amsterdam),
(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het UWV van 12 februari 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 29 oktober 2025 heeft besloten dat de eerder vastgestelde beëindiging van de WIA-uitkering per 26 maart 2025 niet wordt geëffectueerd. Aan verzoekster is per 18 maart 2024 een loonaanvullingsuitkering toegekend omdat zij 80-100% arbeidsongeschikt is en die uitkering wordt nu niet beëindigd.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 25 maart 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin de WIA-uitkering van verzoekster vanaf 26 maart 2025 werd beëindigd. Het UWV heeft op 29 oktober 2025 besloten dat deze beëindiging niet wordt geëffectueerd. De aan verzoekster per 18 maart 2024 toegekende loonaanvullingsuitkering wordt dus niet beëindigd omdat zij 80-100% arbeidsongeschikt is. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 17 maart 2026 en anoniem gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.