ECLI:NL:RBZWB:2026:1914

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
02-045893-25, 02-310080-25 (ttzgev.) & 02-043566-21 (ttzgev.)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 57 SrArt. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 10a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor voorbereidingshandelingen productie en invoer van harddrugs

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 18 maart 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van voorbereidingshandelingen voor de productie van metamfetamine en MDMA en meerdere voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne in Nederland. De zaak betrof meerdere perioden tussen 2019 en 2025 en vond plaats op diverse locaties, waaronder Vlissingen en Ritthem.

Tijdens de zitting van 4 maart 2026 zijn procesafspraken gemaakt tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij verdachte instemde met een straf van 50 maanden gevangenisstraf zonder hoger beroep en zonder bewijsverweren. De rechtbank heeft deze afspraken beoordeeld en geaccepteerd, waarbij werd vastgesteld dat verdachte vrijwillig en bewust afstand deed van bepaalde verdedigingsrechten.

De rechtbank achtte de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 50 maanden op, met aftrek van voorarrest. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, met name de invoer van cocaïne, en houdt rekening met de proceseconomische voordelen van de gemaakte afspraken. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 50 maanden gevangenisstraf voor voorbereidingshandelingen met betrekking tot productie van metamfetamine en MDMA en invoer van cocaïne.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummers: 02-045893-25, 02-310080-25 (ttzgev.) & 02-043566-21 (ttzgev.)
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 maart 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonadres] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] ,
raadsvrouw mr. S. van Minderhout, advocaat te Breda.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. H.G. Klootwijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
02-045893-25
op 30 juni 2025 voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor het maken van metamfetamine en MDMA;
02-310080-25
in de periode van 16 oktober 2024 tot en met 9 november 2024 voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de invoer van cocaïne in Nederland;
02-043566-21
feit 1: in de periode van 12 december 2019 tot en met 24 juni 2020 voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de invoer van cocaïne in Nederland;
feit 2: in de periode van 27 januari 2022 tot en met 22 maart 2022 voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de invoer van cocaïne in Nederland.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De procesafspraken

Deze strafzaak kenmerkt zich doordat het Openbaar Ministerie en de verdediging procesafspraken hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak zou zijn. Deze procesafspraken zijn opgenomen in een overeenkomst die op 2 maart 2026 is gesloten en is ondertekend door de officier van justitie en door verdachte en zijn raadsman. Voorafgaand aan de inhoudelijke zitting hebben zij deze overeenkomst overgelegd aan de rechtbank. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben de rechtbank daarmee een gezamenlijk voorstel gedaan over de wijze van afdoening van de zaak.
Het afdoeningsvoorstel houdt, in de kern, het volgende in:
- het Openbaar Ministerie zal requireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten zoals in bijlage A weergegeven;
- het Openbaar Ministerie zal requireren tot een strafoplegging van 50 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest;
- het Openbaar Ministerie zal geen ontnemingsvordering indienen;
- verdachte ziet af van het indienen van onderzoekswensen;
- door de verdediging worden geen bewijsverweren gevoerd;
- de verdediging zal zich niet verzetten tegen voeging van de genoemde zaken;
- verdachte bevestigt middels ondertekening van de overeenkomst dat al het strafvorderlijk beslag al is afgehandeld;
- door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- verdachte zal tijdens de inhoudelijke zitting aanwezig zijn, zodat hij kan worden gehoord over de procesafspraken;
- verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en meewerken aan de tenuitvoerlegging van de op te leggen straf.
De gehele overeenkomst is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Beoordeling van de procesafspraken van de rechtbank
De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. Bij de beoordeling zijn voor de rechtbank leidend geweest de uitgangspunten zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022 (vgl. ECLI:NL:HR:2022:1252).
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsman. Verdachte is ook samen met zijn (waarnemend) raadsvrouw aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 4 maart 2026, waar de inhoud van het afdoeningsvoorstel is besproken.
De rechtbank heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de (totstandkoming van de) procesafspraken en dat de rechtbank daaraan niet gebonden is. De rechtbank houdt immers een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen. Hierbij staat met name de beantwoording van de vragen conform artikel 348 en Pro artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafvordering centraal.
De officier van justitie, de raadsvrouw en verdachte hebben ter zitting bevestigd achter het voorstel te staan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het voorstel met zijn raadsman heeft besproken en dat de inhoud van die afspraken duidelijk voor hem is. De reden voor hem om procesafspraken te maken is dat hij door het maken van procesafspraken eerder duidelijkheid krijgt over de afloop van de procedures. Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank het voorstel volgt – in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten – en hij accepteert de op te leggen straf zoals deze is voorgesteld.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM Pro toekomende recht op een eerlijk proces. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de inhoud van de procesafspraken niet bij haar oordeel te betrekken.

5.De beoordeling van het bewijs

5.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals neergelegd in de procesafspraken.
5.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de procesafspraken te volgen en heeft, conform de procesafspraken, geen bewijsverweren gevoerd.
5.3.
Het oordeel van de rechtbank
5.4.
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
5.5.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-045893-25
op 30 juni 2025, te [plaats] , om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken of
- het opzettelijk vervaardigen van metamfetamine en MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- een vriezer, en
- een IBC-tank en
- vaten en
- emmers en
- jerrycans en
- een keukenmixer en
- een maatbeker en
- pannen en
- een inductiekookplaat en
- een hoeveelheid PMK en aceton en PMK-OH en natriumboorhydride en methanol en methylamine en caustic soda,
voorhanden te hebben;
02-310080-25
in de periode van 16 oktober 2024 tot en met 9 november 2024 te Vlissingen, in elk geval Nederland, en Peru, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen, van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door:
- aanschaffen en/of voorhanden hebben van (crypto)telefoons, en
- het installeren van verschillende berichtendiensten en aanmaken van groepen binnen die diensten, en
- het voorhanden hebben van auto’s, en
- het overleggen en onderhouden van contacten met zijn medeverdachten en tussenpersonen en leveranciers, en
- het doen van aanbetalingen en betalingen en stellen van borg, en
- het regelen en/of aansturen van uithalers, en
- het bespreken van verschillende methodes van invoer;
02-043566-21
feit 1
in de periode van 12 december 2019 tot en met 24 juni 2020, te Ritthem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een of meer onbekend gebleven hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet voor te bereiden, (telkens)
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), door
- een encryptische/PGP-telefoon voorhanden te hebben en
- met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een Sky-ECC account (te weten [account] ) en
- een voorman te benaderen en/of bereid te vinden om (interne) informatie aan hem, verdachte, te verstekken en/of mee te werken en
- in zijn rol als [functie 1] bij [bedrijf] , belast met de controle op loodconcentraat bij [b.v.] en als [functie 2] bij [b.v.] , althans bij [b.v.] (interne) (logistieke en/of administratieve) informatie te verstrekken en uit te wisselen en/of te delen aan/met anderen (via Sky-ECC en WhatsApp), te weten
- de namen van (container)schepen, geladen met zilver- en/of loodconcentraat welke bestemd zijn voor [b.v.] en
- de namen van bedrijven die containers vervoeren naar [b.v.] en
- containerlijsten en/of bootplanningen en
- informatie over het aantal tassen die in een mangat van een schip gaan en
- afbeeldingen en omschrijvingen van Bill(s) of Loading, welke betrekking hebben op containers met loodconcentraat vervoerd vanuit Zuid-Amerika naar Antwerpen en/of Vlissingen, vervoerscertificaten, vervoersdocumenten, containerverzegelingen en stuwplannen van bulkcarriers en
- informatie over de routing van schepen vanuit Zuid–Amerika naar de haven van Vlissingen;
feit 2
in de periode van 27 januari 2022 tot en met 22 maart 2022, te Ritthem en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een of meer onbekend gebleven hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet voor te bereiden,
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), door
- meer mobiele telefoons met daarop de applicaties WhatsApp, Signal, Telegram en Wickr voorhanden te hebben en te gebruiken en
- een of meer personen te benaderen en/of bereid te vinden om (interne) informatie aan hem, verdachte, te verstekken en mee te werken en
- met mededaders en contactpersonen contact te onderhouden en af te spreken en
- met/aan een of meer mededader(s) en/of contactpersonen (interne) informatie uit te wisselen, in te winnen en te verstrekken omtrent het logistieke proces in/omtrent de haven(s) van Vlissingen en/of Antwerpen, te weten
- de namen van (container)schepen en scheepstransporten en
- de namen van bedrijven die containers vervoeren naar de haven(s) en
- informatie over personen die werken in de haven(s) en
- informatie over de beschikbaarheid van transport in de haven(s) met een complete ploeg met [functie 2] en werkers en/
- containerlijsten en bootplanningen en
- afbeeldingen en omschrijvingen van Bill(s) of Loading, welke betrekking hebben op containers vervoerd vanuit Zuid-Amerika naar Antwerpen en/of Vlissingen, reisgegevens van zeeschepen, containernummers, vervoerscertificaten en vervoersdocumenten en
- informatie over bedrijven die via scheepsladingen hun goederen vanuit Zuid–Amerika naar de haven(s) van Vlissingen en/of Antwerpen transporteren en
- informatie over het (zelf) uithalen;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7.De strafoplegging

7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert – conform het afdoeningsvoorstel – aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen inhoudelijk strafmaatverweer gevoerd en heeft verzocht aan te sluiten bij het afdoeningsvoorstel.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de invoer in Nederland van cocaïne. Daarnaast heeft verdachte de handel in drugs voorbereid. Aan met name de voorbereidingshandelingen die zien op de invoer van cocaïne in Nederland tilt de rechtbank bijzonder zwaar. Het is algemeen bekend dat cocaïne een harddrug is die voor gebruikers sterk verslavend is en ernstige schade kan toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers. De grootschalige handel in en consumptie van harddrugs veroorzaakt daarnaast veel overlast of genereert andere vormen van criminaliteit, waarbij ook het gebruik van geweld niet wordt geschuwd. Dit alles is de reden dat op dergelijke feiten zware straffen zijn gesteld.
Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte en gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Gelet op de aard en ernst van deze feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van die gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die plegen te worden opgelegd in soortgelijke zaken en het tijdsverloop.
De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de procesafspraken in deze zaak. Die leiden tot een andere afweging die resulteert in een lagere straf. De rechtbank acht in dit geval matiging van de straf gerechtvaardigd, omdat verdachte heeft meegewerkt aan een procedure die uiteindelijk tot een efficiëntere rechtspleging heeft geleid. Er zijn allereerst geen onderzoekswensen ingediend. De behandeling van de strafzaak tijdens het onderzoek ter terechtzitting is verder voortvarend verlopen, omdat als gevolg van de procesafspraken geen inhoudelijke verweren zijn gevoerd. Bovendien wordt door naleving van de overeenkomst een hoger beroep voorkomen. Dit levert tijdswinst op en bespaart kortbare zittingscapaciteit. Naast deze proceseconomische belangen zorgt deze procedure er ook voor dat zaken eerder onherroepelijk zijn en opgelegde straffen sneller kunnen worden geëxecuteerd. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.
De rechtbank is, alles afwegende, van oordeel dat de vrijheidsstraf die in de procesafspraken is overeengekomen, onder de gegeven omstandigheden in redelijke verhouding staat tot de ernst en omvang van de feiten, alsook de rol die verdachte daarin heeft gehad. De rechtbank legt dan ook aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden, met aftrek van de tijd die reeds in voorarrest is doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.5 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-045893-25
plegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
02-310080-25
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro, voorbereiden of bevorderen, door
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
en
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
02-043566-21
feit 1:medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro, voorbereiden of bevorderen, door
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
en
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 2:medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro, voorbereiden of bevorderen, door
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
en
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 50 (vijftig) maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 18 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
02-045893-25
hij op of omstreeks 30 juni 2025, te [plaats] ,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van (met)amfetamine en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld
in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens
artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen
plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te
zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te
verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het
plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of
andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte,
wist of ernstige reden had
om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- een vriezer, en/of
- een IBC-tank en/of
- vaten en/of
- emmers en/of
- jerrycans en/of
- een keukenmixer en/of
- een maatbeker en/of
- pannen en/of
- een inductiekookplaat en/of
- een hoeveelheid PMK en/of aceton en/of PMK-OH en/of
natriumboorhydride en/of methanol en/of methylamine en/of caustic
soda,
voorhanden te hebben;
(art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art
10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet)
02-043566-21
1
hij in of omstreeks de periode van 12 december 2019 tot en met 24 juni 2020, te
Ritthem, Vlissingen, Nieuwdorp, [plaats] en/of Rotterdam, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet,
te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland
brengen, telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken,
vervoeren en/of vervaardigen van
een of meer onbekend gebleven hoeveelhe(i)d(en) cocaïne,
in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens)
-een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te
doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn
en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
-zich en/of (een) ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen
van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
-voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te
vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
door
- een encryptische/PGP-telefoon voorhanden te hebben en/of
- met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van
een Sky-ECC account (te weten [account] ) en/of
- een voorman te benaderen en/of bereid te vinden om (interne) informatie aan
hem, verdachte, te verstekken en/of mee te werken en/of
- in zijn rol als [functie 1] bij [bedrijf] , belast met de
controle op loodconcentraat bij [b.v.] en/of als
[functie 2] bij [b.v.] , althans bij [b.v.] (interne) (logistieke en/of administratieve)
informatie te verstrekken en/of uit te wisselen en/of te delen aan/met anderen (via
Sky-ECC en/of WhatsApp), te weten
- de namen van (container)schepen, geladen met zilver- en/of loodconcentraat
welke bestemd zijn voor [b.v.] en/of
- de namen van bedrijven die containers vervoeren naar [b.v.] en/of
- containerlijsten en/of bootplanningen en/of
- informatie over het aantal tassen die in een mangat van een schip gaan en/of
- afbeeldingen en/of omschrijvingen van Bill(s) of Loading, welke betrekking
hebben op containers met loodconcentraat vervoerd vanuit Zuid-Amerika naar
Antwerpen en/of Vlissingen, vervoerscertificaten, vervoersdocumenten,
containerverzegelingen en/of stuwplannen van bulkcarriers en/of
- informatie over de routing van schepen vanuit Zuid–Amerika naar de haven van
Vlissingen;
(art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet,
art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht)
2
hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2022 tot en met 22 maart 2022, te
Ritthem, Nieuwdorp, Vlissingen en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen
en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet, te weten
het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, telen,
bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren
en/of vervaardigen van een of meer onbekend gebleven hoeveelhe(i)d(en) cocaïne,
in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te
doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn
en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
-zich en/of (een) ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen
van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
-voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te
vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
door
- een of meer mobiele telefoon(s) met daarop de applicaties WhatsApp, Signal,
Telegram en/of Wickr voorhanden te hebben en/of te gebruiken en/of
- een of meer personen te benaderen en/of bereid te vinden om (interne) informatie
aan hem, verdachte, te verstekken en/of mee te werken en/of
- met een of meer mededader(s) en/of contactpersonen contact te onderhouden
en/of af te spreken en/of
- met/aan een of meer mededader(s) en/of contactpersonen (interne) informatie uit
te wisselen, in te winnen en/of te verstrekken omtrent het logistieke proces en/of de
werkwijze welke hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) hanteert/hanteren
in/omtrent de haven(s) van Vlissingen en/of Antwerpen, te weten
- de namen van (container)schepen en scheepstransporten en/of
- de namen van bedrijven die containers vervoeren naar de haven(s) en/of
- informatie over personen die werken in de haven(s) en/of
- informatie over de beschikbaarheid van transport in de haven(s) met een
complete ploeg met voorman en werkers en/of
- containerlijsten en/of bootplanningen en/of
- afbeeldingen en/of omschrijvingen van Bill(s) of Loading, welke betrekking
hebben op containers vervoerd vanuit Zuid-Amerika naar Antwerpen en/of
Vlissingen, reisgegevens van zeeschepen, containernummers, vervoerscertificaten
en/of vervoersdocumenten en/of
- informatie over bedrijven die via scheepsladingen hun goederen vanuit
Zuid–Amerika naar de haven(s) van Vlissingen en/of Antwerpen transporteren
en/of
- informatie over het (zelf) uithalen;
(art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1
ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
02-310080-25
hij in of omstreeks de periode van 16 oktober 2024 tot en met 9 november 2024 te
Vlissingen, in elk geval Nederland, en/of Aruba en/of Peru,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit,
door:
- aanschaffen en/of voorhanden hebben van (crypto)telefoons, en/of
- het installeren van verschillende berichtendiensten en/of aanmaken van groepen
binnen die diensten, en/of
- het voorhanden hebben van auto’s, en/of
- het overleggen en/of onderhouden van contacten met zijn medeverdachten en/of
tussenpersonen en/of leveranciers, en/of
- het doen van aanbetalingen en/of betalingen en/of stellen van borg, en/of
- het regelen en/of aansturen van uithalers, en/of
- het bespreken van verschillende methodes van invoer
(art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1
ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)