4.4.De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1
op 31 juli 2025 te [plaats 1], gemeente Leudal, met een persoon, te weten [aangeefster 1] , een seksuele handeling heeft verricht, te weten
- het betasten van of aanraken van een beklede borst van die [aangeefster 1] , terwijl hij, verdachte, wist, dat bij die [aangeefster 1] daartoe de wil ontbrak;
feit2
op 1 augustus 2025 te [plaats 1], gemeente Leudal, met een nog onbekend van naam gebleven persoon, een seksuele handeling heeft verricht, te weten
- het betasten van of aanraken van de beklede billen van die nog onbekend gebleven persoon, terwijl hij, verdachte, wist, dat bij die nog onbekend van naam gebleven persoon daartoe de wil ontbrak;
feit3
op 2 augustus 2025 te [plaats 1], gemeente Leudal, met een persoon, te weten [aangeefster 2] een seksuele handeling heeft verricht, te weten
- het betasten van of aanraken van een beklede borst van die [aangeefster 2] , terwijl hij, verdachte, wist, dat bij die [aangeefster 2] daartoe de wil ontbrak;
feit5
op 2 september 2025 te [plaats 2] met een persoon, te weten [aangeefster 4]
een seksuele handeling heeft verricht, te weten
- het betasten van of aanraken van de beklede borsten van die [aangeefster 4] , terwijl hij, verdachte, wist, dat bij die [aangeefster 4] daartoe de wil ontbrak;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.