ECLI:NL:RBZWB:2026:1926

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/02/424583 / FA RK 24-3244
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 83 Sierra Leone Child Rights ActArt. 84 Sierra Leone Child Rights Act
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling vaderschap en aanhouding beslissing kosten DNA-onderzoek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 februari 2026 het vaderschap van de man over de minderjarige gerechtelijk vastgesteld. Dit volgde op een DNA-onderzoek uitgevoerd door Verilabs B.V., waaruit bleek dat de man met meer dan 99,99% zekerheid de biologische vader is. Zowel de bijzondere curator als de advocaat van de vrouw onderschreven het belang van het vaststellen van het vaderschap.

De rechtbank baseerde zich op het recht van Sierra Leone, dat van toepassing is verklaard, en dat het mogelijk maakt het vaderschap vast te stellen op verzoek van een ouder zolang het kind minderjarig is. De rechtbank achtte de wettelijke vereisten vervuld en wees het verzoek toe. De taak van de bijzondere curator werd hiermee beëindigd, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.

De rechtbank besloot de beschikking toe te sturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Breda voor aantekening in de geboorteakte. De beslissing over de verdeling van de kosten van het DNA-onderzoek werd aangehouden omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over reeds gedane betalingen. Tevens werd de behandeling van het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie pro forma aangehouden, in afwachting van schriftelijke reacties van partijen over het verdere procesverloop.

Uitkomst: Het vaderschap van de man over de minderjarige is gerechtelijk vastgesteld en de beslissing over de kosten van het DNA-onderzoek is aangehouden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/424583 / FA RK 24-3244
Datum uitspraak: 3 februari 2026
Nadere beschikking over gerechtelijke vaststelling vaderschap
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen: de vrouw,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. Klootwijk te Breda.
De rechtbank merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:
de minderjarige
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2023,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
vertegenwoordigd door:
mr. D.R.M. de Vos, advocaat te Goes, als bijzondere curator over [minderjarige] ,
hierna te noemen: de bijzondere curator;
[de man],
hierna te noemen: de man,
advocaat: voorheen mr. J. van Appia te Amsterdam (onttrokken per 16 mei 2025),
thans zonder advocaat.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Het procesdossier bevat de volgende stukken:
  • de in deze zaak gegeven nadere beschikking van deze rechtbank van 4 maart 2025 en alle daarin genoemde stukken;
  • het rapport van de deskundige (Verilabs B.V. te Gouda) van 12 september 2025;
  • het F9-formulier van 27 oktober 2025 van de bijzondere curator;
  • het F9-formulier van 28 oktober 2025 van mr. Klootwijk.

2.De nadere beoordeling

Inleiding
2.1.
De rechtbank verwijst naar de inhoud van voormelde, in deze zaak gegeven nadere beschikking van 4 maart 2025. Bij deze beschikking is een DNA-onderzoek gelast ter beantwoording van de vraag of de man de biologische vader van [minderjarige] is. Verilabs B.V. te Gouda is benoemd als deskundige met het verzoek om voormeld onderzoek te verrichten en, naar aanleiding daarvan, te rapporteren. De rechtbank heeft de beslissing in deze zaak pro forma aangehouden in afwachting van voormeld rapport van de deskundige en de schriftelijke reacties van (de advocaat van) partijen daarop.
2.2.
Aan de orde zijn nog de verzoeken van de vrouw, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • indien uit het DNA-onderzoek het ouderschap van de man over [minderjarige] komt vast te staan, het ouderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vast te stellen;
  • indien het ouderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk wordt vastgesteld, een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] te bepalen ter hoogte van € 500,00 per maand, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen;
  • kosten rechtens.
2.3.
Uit voormeld rapport van 12 september 2025 van de deskundige blijkt, samengevat en voor zover hier nu van belang, dat er een DNA-test is uitgevoerd met DNA-materiaal van de vrouw, de man en [minderjarige] , en dat uit die test naar voren is gekomen dat de man met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (meer dan 99,99%) de biologische vader van [minderjarige] is.
2.4.
In voormeld F9-formulier van 27 oktober 2025 heeft de bijzondere curator aangegeven, samengevat en voor zover hier nu van belang, met het oog op voormelde testuitslag, dat zij het in het belang van [minderjarige] vindt dat de juridische band tussen de man en [minderjarige] tot stand komt. De bijzondere curator adviseert daarom om het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vast te stellen.
2.5.
In voormeld F9-formulier van 28 oktober 2025 heeft mr. Klootwijk, namens de vrouw, aangegeven dat zij het, in lijn met het advies van de bijzondere curator, in het belang van [minderjarige] vindt dat het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk wordt vastgesteld.
2.6.
Op 29 oktober 2025 heeft de griffier van de rechtbank een brief gestuurd met als bijlage een afschrift van voormelde reacties van de bijzondere curator en de advocaat van de vrouw, met het verzoek om binnen twee weken schriftelijk daarop te reageren. De man heeft na het verstrijken van die termijn (en tot op heden) niet gereageerd.
2.7.
Gelet op voormelde reacties van (de advocaat van) de moeder en de bijzondere curator en nu de man niet heeft gereageerd, is de rechtbank van oordeel dat een nadere zitting in deze zaak thans niet nodig is en dat zij nu schriftelijk kan beslissen over het verzoek van de vrouw tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
Inhoudelijke beoordeling gerechtelijke vaststelling vaderschap
2.8.
In voormelde beschikking van 4 maart 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat het recht van Sierra Leone van toepassing is op het verzoek van de vrouw tot gerechtelijke vaststelling vaderschap. Op grond van het recht van Sierra Leone kan het ouderschap van een kind worden vastgesteld op verzoek van een ouder, in dit geval de vrouw, en voordat het kind, in dit geval [minderjarige] , de meerderjarige leeftijd bereikt (artikel 83 lid 1 van Pro het Sierra Leoonse Child Rights Act). Als bewijs om het ouderschap aan te tonen, kan onder meer een medische test worden overgelegd (artikel 84 Sierra Pro Leoonse Child Rights Act). Dit kan, naar het oordeel van de rechtbank, een DNA-onderzoek omvatten.
2.9.
De rechtbank overweegt, gezien de (nader) overgelegde stukken, dat het verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap is ingediend namens de vrouw en dat [minderjarige] op het moment van de indiening van het verzoek minderjarig was. Uit voormelde DNA-rapportage van de deskundige van 12 september 2025 blijkt bovendien dat de man met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% de biologische vader van [minderjarige] is. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldoende is aangetoond dat de man de biologische vader van [minderjarige] is en dat aan de (overige) wettelijke vereisten voor de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over [minderjarige] wordt voldaan. De rechtbank zal het verzoek, dat niet is weersproken, daarom toewijzen en het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vaststellen.
Beëindiging taak van de bijzondere curator
2.10.
Nu de rechtbank een eindbeslissing zal nemen over het afstammingsverzoek in deze zaak, zal de rechtbank de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd beschouwen. Indien er een rechtsmiddel wordt ingesteld tegen voormelde beslissing tot gerechtelijke vaststelling ouderschap, oftewel als er een hoger beroep wordt ingesteld tegen die beslissing, dan zal de taak van de bijzondere curator herleven.
Toesturen van de beschikking aan de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand
2.11.
De rechtbank zal deze beschikking toesturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente waar [minderjarige] is geboren, in dit geval de gemeente Breda, en die ambtenaar gelasten van deze beschikking betreffende de gerechtelijke vaststelling ouderschap, wanneer deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte van [minderjarige] .
Kosten van het DNA-onderzoek
2.12.
Bij voormelde beschikking van 4 maart 2025 heeft de rechtbank de kosten van het deskundigenonderzoek vooralsnog begroot op € 755,= (inclusief BTW), in afwachting van een definitieve beslissing over de betaling en verdeling van deze kosten, en deze kosten vooralsnog ten laste laten komen van 's-Rijks kas.
2.13.
De deskundige heeft de kosten van het DNA-onderzoek inmiddels definitief begroot op € 755,=.
2.14.
Tijdens de zitting op 31 januari 2025 is namens de vrouw, samengevat en voor zover hier van belang, aangevoerd dat de man aanvankelijk het initiatief heeft genomen voor het laten verrichten van een DNA-onderzoek bij de deskundige en dat partijen onderling hebben afgesproken dat de kosten van het onderzoek voor zijn rekening komen. Bovendien zou de vrouw voor haar deel van het onderzoek al € 60,= hebben betaald, hetgeen zou kunnen betekenen dat de man de kosten van zijn deel van het onderzoek al heeft betaald. Als bijlage bij voormelde DNA-rapportage heeft de deskundige echter een factuur gestuurd aan de rechtbank voor het (volledige) bedrag van € 755,=, waaruit de conclusie kan worden getrokken, anders dan namens de vrouw naar voren is gebracht, dat geen van partijen al (een deel van) de kosten heeft betaald of dat de deskundige, al dan niet met een goede reden, de reeds door partijen betaalde bedragen niet van de kosten van het door de rechtbank gelaste onderzoek heeft getrokken. Gelet hierop acht de rechtbank zich op dit moment onvoldoende geïnformeerd om een beslissing te kunnen nemen over het verdelen van de kosten van het DNA-onderzoek in deze zaak. De rechtbank verzoekt daarom aan partijen om haar binnen vier weken na de datum van deze beschikking schriftelijk hun standpunt te geven over de hoogte van de definitief begrote kosten in deze zaak en over de manier waarop deze kosten tussen partijen zouden moeten worden verdeeld.
Aanhouding verzoek tot vaststelling kinderalimentatie
2.15.
Nu de rechtbank het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk zal vaststellen, zal de rechtbank de inhoudelijke behandeling en de beslissing van het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een regeling over kinderalimentatie eveneens pro forma aanhouden tot de hierna te noemen datum. Aan (de advocaat van) partijen wordt daarom verzocht om uiterlijk op de hierna te noemen pro forma datum in hun schriftelijke reactie eveneens het gewenste verdere procesverloop met betrekking tot het verzoek over kinderalimentatie aan te geven.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
stelt het vaderschap vast van de heer [de man] , geboren op [geboortedag 2] 1989 in [geboorteplaats 2] , Sierra Leone, over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2023;
3.2.
beschouwt de taak van de bijzondere curator in deze zaak in eerste aanleg als beëindigd;
3.3.
bepaalt dat de griffier van deze rechtbank, wanneer voormelde beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal toesturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Breda, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
3.4.
houdt de beslissing in deze zaak voor het overige aan tot
dinsdag 3 maart 2026 PRO FORMA, in afwachting van de schriftelijke reacties van de advocaat van de vrouw en van de man met daarin hun standpunt over de kosten van het DNA-onderzoek (zie voormelde rechtsoverweging 2.14.) en het door hen gewenste verdere procesverloop met betrekking tot het resterende verzoek van de vrouw in deze zaak over vaststelling kinderalimentatie (zie voormelde rechtsoverweging 2.15.);
3.5.
behoudt zich iedere (verdere) beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.