Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
tot en met 16 augustus 2026;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De zorgmachtiging was eerder verleend tot 22 februari 2026. Betrokkene gaf aan stabiel te zijn en vond de machtiging niet langer nodig, maar erkende vrijwillig medicatie te blijven gebruiken.
De advocaat van betrokkene verzocht primair afwijzing en subsidiair een kortere machtiging van zes maanden met beperkingen in levensinrichting, zonder medicatie en opname. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige en verpleegkundig specialist benadrukten het belang van verplichte zorg vanwege eerdere medicatiestops en kwetsbaarheid, zeker gezien de aanstaande verhuizing.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, met risico op agressie en zelfverwaarlozing. Gezien eerdere medicatiestops en kwetsbaarheid achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De machtiging werd toegekend voor zes maanden met verplichte medicatie en beperkingen in levensinrichting, onder aanhouding van het restant, om betrokkene de kans te geven te laten zien dat zorg vrijwillig kan worden voortgezet. Een update wordt verwacht in juli 2026, waarna een nieuwe zitting volgt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie en beperkingen in levensinrichting, onder aanhouding van het restant.