Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
tot en met 9 maart 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds 11 februari 2026 onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een hersenbloeding en meerdere suïcidepogingen. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken met verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperking en opname.
Tijdens de zitting, gehouden op 16 februari 2026, verzet betrokkene zich tegen voortzetting en wil hij naar huis, gesteund door zijn echtgenote. De psychiater benadrukt echter het risico op levensgevaar en het belang van voortzetting van de zorg, mede vanwege de depressieve klachten en het revalidatietraject.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door suïcidaliteit en psychische stoornissen, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, waarvoor geen noodzaak is vastgesteld.
De beschikking is mondeling gegeven op 16 februari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 2 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg om ernstig levensgevaar door suïcidaliteit af te wenden.