Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
tot en met 16 augustus 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die recent de diagnose Lewy body dementie kreeg. Betrokkene verzet zich tegen opname en stelt dat hij goed thuis kan blijven wonen met de huidige begeleiding.
De huisarts en casemanager dementie rapporteerden ernstige cognitieve achteruitgang, wanen, hallucinaties en gebrekkige zelfzorg, wat leidde tot infecties en een onveilige thuissituatie. Betrokkene weigert noodzakelijke zorg en medicatie, waardoor de situatie onhoudbaar is.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar.
Daarom wordt de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend, met ingang van 16 februari 2026 tot en met 16 augustus 2026, ondanks het verzet van betrokkene. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door Lewy body dementie.