Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
tot en met 16 augustus 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 februari 2026 een rechterlijke machtiging verleend voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1935, voor de duur van zes maanden. Het verzoek kwam van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) vanwege de psychogeriatrische aandoening dementie en het daarmee samenhangende ernstig nadeel.
Tijdens de zitting, gehouden op het woonadres van betrokkene, werd betrokkene gehoord, die aangaf dat het goed met haar gaat en zij graag thuis wil blijven wonen. Haar advocaat benadrukte echter dat de dementie al geruime tijd is vastgesteld en leidt tot ernstig nadeel, terwijl het steunsysteem uitgeput is geraakt. De huisarts bevestigde de ernstige zorgen, waaronder een delirant beeld, terugkerende urineweginfecties, en onvoldoende wondzorg.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan ernstige geheugenstoornissen, waanideeën, hallucinaties en desoriëntatie, wat leidt tot paniek, angst en verwardheid. Dit veroorzaakt ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en de noodzaak van intensieve 24-uurszorg, werd de machtiging verleend om het ernstig nadeel te voorkomen en het steunsysteem te ontlasten.
De machtiging geldt vanaf 16 februari 2026 tot en met 16 augustus 2026. Betrokkene verzet zich tegen opname, maar de rechtbank achtte opname noodzakelijk. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en ernstig nadeel is verleend.