ECLI:NL:RBZWB:2026:1969
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- R. Combee
- A.R. van Triest
- L.W. Boogert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging tbs-maatregel brandstichting wegens laag recidiverisico
Betrokkene is in 2022 tbs met voorwaarden opgelegd wegens brandstichting. In 2024 werd deze maatregel verlengd voor twee jaar. In januari 2026 verzocht het openbaar ministerie om verlenging met een jaar. De rechtbank hield op 5 maart 2026 een zitting waarbij de officier van justitie, betrokkene en zijn raadsvrouw, en een reclasseringsdeskundige werden gehoord.
De reclassering adviseerde de tbs niet te verlengen omdat betrokkene zich positief opstelde, goed meewerkte aan behandeling en therapieën, en een laag recidiverisico vertoonde. Ook de psycholoog concludeerde dat ondanks de aanwezige ziekelijke stoornissen en intellectuele beperkingen het recidiverisico onder huidige begeleiding laag is en verlenging niet noodzakelijk is.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten afwijzing van de verlengingsvordering. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging niet meer zijn vervuld, omdat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid geen verlenging vereisen bij voortzetting van de huidige zorg.
De rechtbank wees daarom de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel af en besloot dat betrokkene zich ook zonder tbs-maatregel aan de noodzakelijke begeleiding zal blijven houden. De uitspraak werd gedaan op 19 maart 2026 door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel af wegens laag recidiverisico en stabiel functioneren van betrokkene.