Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
de publiekrechtelijke rechtspersoon
de vennootschap onder firma
[eiser 1],
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De VvE vordert een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens gebreken aan de beschoeiing die volgens haar schade veroorzaken aan het perceel en de tuinen van appartementseigenaren. Zij stelt dat het Waterschap, de gemeente en de VOF onrechtmatig hebben gehandeld door onvoldoende onderhoud en beheer, waardoor gronduitspoeling en verzakkingen zijn ontstaan.
De rechtbank onderzoekt de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW Pro en stelt vast dat het Waterschap slechts onderhoudsplicht heeft voor de waterkering en waterhuishouding, niet voor het voorkomen van golfslag veroorzaakt door boten. De gemeente wordt niet verweten onrechtmatig te hebben gehandeld, ook niet als eigenaar van de jachthaven. De VOF kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het gedrag van schippers en het inrichten van de vaargeul is onvoldoende onderbouwd.
Omdat geen onrechtmatig handelen is vastgesteld, is niet voldaan aan de vereisten voor schadevergoeding. De vorderingen worden afgewezen en de VvE wordt veroordeeld in de proceskosten van alle gedaagden, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is gewezen door rechter Sterk en op 14 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de VvE af wegens ontbreken van onrechtmatig handelen door het Waterschap, de gemeente en de VOF.