Belanghebbende en zijn voormalig partner waren gezamenlijk eigenaar van een woning op 1 januari 2025. Bij vonnis van 20 november 2024 werd bepaald dat de woning aan de voormalig partner wordt toebedeeld, met overdracht op 29 januari 2025. Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing die aan hem waren opgelegd voor het jaar 2025.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende op 1 januari 2025 mede-eigenaar was en als zodanig in het Kadaster stond vermeld. Ook stond hij op dat moment ingeschreven op het adres van de woning in de Basisregistratie Personen en had hij het gebruik van de woning. De aanslagen zijn daarom terecht aan hem opgelegd. De civiele uitspraak van november 2024 doet hieraan niet af, omdat de eigendomsoverdracht pas in januari 2025 plaatsvond.
De heffingsambtenaar heeft de aanslagen opgelegd aan belanghebbende als oudste eigenaar bij gelijke genotsrechten, conform de Beleidsregels. De rechtbank stelt dat de heffingsambtenaar binnen zijn bevoegdheid handelde en niet onrechtmatig was door niet af te wijken van deze beleidsregels. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt het griffierecht vergoed.