Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena.
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van het overgangsrecht van het bestemmingsplan is het toegestaan het gebouwtje als zodanig te handhaven. U mag het gebouw ook onderhouden. Het geheel vernieuwen is op grond van het overgangsrecht niet toegestaan.”
nahet bericht - namelijk op 26 november 2012, op 3 april 2013 en op 29 april 2014 - brieven aan de vorige eigenaar verzonden die het bericht in een ander licht plaatsen. In deze brieven wordt melding gemaakt van strijd met de Wabo, verbouwingen van het bouwwerk, gebruik van het perceel en illegale plaatsing van het bouwwerk. Uit deze brieven blijkt dus dat de vorige eigenaar
nahet bericht met het college in overleg is geweest over het zonder vergunning gerealiseerde - en dus illegale - bouwwerk. Hierna is het Bestemmingsplan in werking getreden en eiseres is pas in 2021/2022 eigenaar van het perceel geworden. De combinatie van deze omstandigheden maakt dat in dit geval geen sprake is van een toezegging aan eiseres. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt dus niet omdat niet is voldaan aan de eerste stap.