ECLI:NL:RBZWB:2026:2010

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444491 / FA RK 26-477
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis en weigering medicatie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 17 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1946, die kampt met psychotische belevingen en weigert medicatie en opname. De zitting vond plaats in de woning van betrokkene, waarbij diverse familieleden, een psychiater en een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige aanwezig waren.

De psychiater stelde dat betrokkene onder invloed van psychotische klachten ernstig nadeel ondervindt, waaronder nachtlawaai, conflicten en agressie, en dat opname en medicatie noodzakelijk zijn voor stabilisatie. Betrokkene zelf ontkende de ernst en verzette zich tegen opname en medicatie. De advocaat van betrokkene pleitte namens haar afwijzing van het verzoek.

De rechtbank oordeelde dat ondanks onduidelijkheid over de diagnose, vaststaat dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt. Vrijwillige zorg is ontoereikend vanwege haar verzet en wilsonbekwaamheid. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, bestaande uit medicatie, medische controles, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging geldt voor zes maanden tot 17 augustus 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor betrokkene met psychotische stoornis die weigert medicatie en opname.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444491 / FA RK 26-477
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026 in de woning van betrokkene. Bij die zitting zijn verschenen (en gehoord):
  • betrokkene, bijgestaan door mr. Andeweg;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater en zorgverantwoordelijke;
  • de heer [persoon 2] , de echtgenoot;
  • mevrouw [persoon 3] , de dochter;
  • de heer [persoon 4] , de zoon;
  • mevrouw [persoon 5] , de dochter;
  • de heer [persoon 6] , sociaalpsychiatrisch verpleegkundige.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De psychiater heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Onder invloed van psychotische belevingen, schreeuwt betrokkene gedurende de hele nacht. In 2019 is betrokkene gediagnostiseerd met Lewy Body Dementie. Vanuit die diagnose is betrokkene destijds behandeld met medicatie, hetgeen een positief effect had op haar psychische toestandsbeeld. Als bijwerking had betrokkene wel last van slaapproblemen. Echter, nadat de psychotische klachten van betrokkene opnieuw toenamen, is voormelde diagnose verlaten. Mogelijk houden de klachten die betrokkene heeft (deels) verband met haar brughoektumor. Hoewel de diagnose van betrokkene dus nog onduidelijk is, staat vast dat zij kampt met psychotische belevingen. De psychiater wil betrokkene, met het oog op de goede ervaringen in het verleden, opnieuw behandelen met medicatie. Aangezien betrokkene dit weigert, is het noodzakelijk om haar tijdelijk in de accommodatie op te nemen en haar in die setting goed te behandelen en in te stellen op de medicatie. In de thuissituatie is dit niet mogelijk. Volgens de psychiater kan betrokkene vandaag nog opgenomen worden in de accommodatie.
3.2.
De dochters en de zoon hebben, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene heeft in het verleden gedurende vier dagen op een geriatrie-afdeling verbleven. Echter, nu betrokkene op allerlei andere gebieden nog steeds goed functioneert, wordt er nu van uitgegaan dat betrokkene geen dementie heeft. Als het verzoek wordt toegewezen, dan zal betrokkene op een andere afdeling worden geplaatst dan waar zij eerder geplaatst is. Vanuit het ouderenteam (ggz) is er momenteel eenmaal per twee weken ambulante hulpverlening betrokken.
3.3.
Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene vindt dat het goed met haar gaat. Haar echtgenoot vindt echter van niet. Volgens betrokkene wil hij haar gewoon weg hebben. Betrokkene stelt dat zij de hele nacht stemmen hoort die haar naam roepen. Andere stemmen roepen haar [buurvrouw] op om te stoppen met roepen. Betrokkene stelt daarnaast dat zij is aangereden door een militair voertuig. Volgens betrokkene is er dan ook meer aan de hand. Betrokkene is in het verleden gestopt met het gebruiken van medicatie, omdat het toen goed met haar ging. Betrokkene wil op dit moment absoluut niet opgenomen worden in de accommodatie en/of medicatie gebruiken. Als zij daartoe wordt gedwongen, dan hoeft het voor haar niet meer.
3.4.
De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De advocaat vindt dat betrokkene haar standpunt goed naar voren heeft gebracht. Nu betrokkene niet opgenomen wil worden in de accommodatie en zij geen medicatie wil gebruiken, heeft de advocaat, namens betrokkene, om afwijzing van het verzoek gepleit.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Hoewel er onduidelijkheid bestaat over de precieze (uiteindelijke) diagnose van betrokkene en hiernaar dus nader onderzoek noodzakelijk is, stelt de rechtbank vast dat betrokkene thans kampt met psychotische belevingen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan het medisch oordeel van de onafhankelijke psychiater die betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring in deze zaak feitelijk heeft onderzocht en de betrokken behandelaren op dit punt. De rechtbank stelt derhalve vast dat betrokkene lijdt aan een stoornis die (vooralsnog) valt onder de DSM-5 kwalificatie “schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen”.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Betrokkene kampt met psychotische klachten in de vorm van auditieve wanen en hallucinaties. Onder invloed daarvan komt betrokkene voortdurend in conflict met anderen, waarbij zij ook fysieke agressie heeft getoond. Betrokkene schreeuwt ’s nachts tegen de stemmen die zij hoort, met als gevolg dat zij haar echtgenoot wakker houdt. Als gevolg van de ontstane situatie, dreigt de echtgenoot van betrokkene, die zelf ook op leeftijd is, uitgeput te raken. Daarnaast durft een buurvrouw, die centraal staat in de wanen van betrokkene, niet meer de straat op te gaan uit angst dat betrokkene haar opnieuw verbaal aanvalt.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. In het verleden is betrokkene succesvol behandeld met medicatie. Betrokkene wil op dit moment echter absoluut geen medicatie gebruiken. Aangezien het niet mogelijk is om haar vanuit een ambulante setting opnieuw goed in te stellen op medicatie, zo heeft de psychiater tijdens de zitting aangegeven, is het noodzakelijk om haar tijdelijk op te nemen in de accommodatie en haar vanuit die setting opnieuw goed in te stellen op medicatie.
4.6.
Nu betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf in de accommodatie en het gebruiken van medicatie, is zorg op vrijwillige basis op dit moment ontoereikend voor het wegnemen dan wel het voorkomen van ernstig nadeel bij betrokkene en bij anderen. Gezien haar huidige, psychotische toestandsbeeld wordt betrokkene bovendien wilsonbekwaam geacht. Om die redenen is verplichte zorg nu noodzakelijk.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Hieronder valt onder meer het verplicht toelaten van de behandelcontacten met het ambulante zorgteam (het ouderenteam);
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. Het doel van de behandeling is namelijk dat betrokkene, na instelling op medicatie, met ambulante zorg, thuis kan blijven wonen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.7 staan, kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 augustus 2026;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 3 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.