ECLI:NL:RBZWB:2026:2014

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445057 / FA RK 26-806
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting crisismaatregel wegens psychotische klachten en middelengebruik

Betrokkene is opgenomen met een crisismaatregel na een psychotisch toestandsbeeld, veroorzaakt door intensief cannabis- en lachgasgebruik. Tijdens de opname vertoonde betrokkene onrustig, angstig en agressief gedrag, met verergering van psychotische klachten zoals auditieve hallucinaties en paranoïde wanen.

De psychiater in opleiding en verpleegkundigen gaven aan dat betrokkene nog niet wilsbekwaam is en dat verplichte zorg noodzakelijk blijft om ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en agressie te voorkomen. Betrokkene is bereid om te blijven, maar het herstel is nog pril en kwetsbaar.

De rechtbank overweegt dat de crisismaatregel voortgezet moet worden met specifieke vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en insluiting. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt voor drie weken tot 10 maart 2026.

De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek, gezien de bereidheid van betrokkene om vrijwillig te blijven, maar dit werd door de rechtbank verworpen vanwege de ernst van de situatie en het risico op terugval.

De beschikking is mondeling gegeven op 17 februari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 3 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445057 / FA RK 26-806
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] in [locatie] , op de [afdeling] ,
advocaat: mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In het verzoekschrift zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026, in de accommodatie en op de afdeling waar betrokkene momenteel verblijft. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door mr. Verhagen;
  • de heer [persoon 1] , psychiater in opleiding (i.o.);
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige;
  • mevrouw [persoon 3] , coassistente.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in voormelde accommodatie. De burgemeester van de gemeente Breda heeft de crisismaatregel op 15 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
De psychiater (i.o.) heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene is gisteren met een psychotisch toestandsbeeld op de afdeling binnengekomen. Hij was toen onrustig, angstig en achterdochtig, en hij was moeilijk in contact. Tijdens zijn verblijf op de afdeling is hij ook verbaal agressief geweest. Inmiddels gaat het beter met hem. Nu betrokkene medicatie heeft gekregen en hij heeft bijgeslapen, wordt gezien dat hij vrij snel herstelt. Aangezien betrokkene ambivalent stond tegenover zijn opname en verblijf in de accommodatie, is er voor betrokkene een crisismaatregel aangevraagd en verleend. Betrokkene verblijft momenteel op een afgezonderd gedeelte van de [afdeling]. Zodra betrokkene voldoende zal zijn gestabiliseerd, zal hij worden overgeplaatst naar het algemene gedeelte van de afdeling. Van daaruit zal er worden toegewerkt naar een ontslag uit de accommodatie. Dit zal vermoedelijk nog een aantal dagen of weken in beslag nemen. Eerst zal er nog een overleg worden gepland met het ambulante zorgteam. Omdat betrokkene niet bekend is bij [accommodatie] , is er nu nog geen ambulant zorgteam betrokken. Als uitgangspunt geldt dat betrokkene na ontslag zal terugkeren naar huis. Nu betrokkene bij zijn ouders in huis woont, zullen de behandelaren hierover nog in gesprek gaan met de ouders van betrokkene. Aangezien betrokkene pas een dag in de accommodatie is opgenomen, vraagt de psychiater (i.o.) zich af of betrokkene nu al wilsbekwaam kan worden geacht. Daarbij komt, hoewel betrokkene zijn medicatie momenteel inneemt, dat hij hier aanvankelijk ambivalent tegenover stond. Gelet hierop is de psychiater (i.o.) van mening dat verplichte zorg nu nog noodzakelijk is, om betrokkene te beschermen. Over de verzochte vormen van verplichte zorg heeft de psychiater (i.o.) aangegeven dat de mogelijkheid tot insluiting nodig is omdat betrokkene op een afgezonderd gedeelte van de afdeling verblijft. De vormen die zien op het onderzoek aan de kleding, het lichaam en de verblijfsruimte van betrokkene op verdovende middelen zijn nodig om er zeker van te zijn dat betrokkene abstinent blijft van middelen. De psychiater (i.o.) vindt deze vormen van zorg minder ingrijpend dan het beperken van het recht van betrokkene op het ontvangen van bezoek.
4.2.
De verpleegkundige heeft ter aanvulling daarop, samengevat, aangegeven dat betrokkene vandaag nog niets heeft gegeten.
4.3.
Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Op vrijdagavond heeft betrokkene naar eigen zeggen veel cannabis en lachgas gebruikt. Waar anderen alcohol gebruiken, gebruikt hij deze middelen om tot rust te komen en om het weekend in te luiden. Betrokkene erkent dat zijn middelengebruik heeft geleid tot (verergering van) zijn psychotische klachten. Betrokkene denkt dat hij stemmen hoort en dat hij drugs gebruikt om deze te onderdrukken. Momenteel gaat het goed met betrokkene. Hij vindt het fijn op de afdeling en hij is dan ook bereid om hier te blijven.
4.4.
De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft momenteel geen zinvolle daginvulling. De advocaat vindt dat betrokkene moet stoppen met het gebruiken van cannabis en lachgas; dit is niet goed voor hem. De advocaat hoopt dan ook dat dit een keerpunt is. Nu betrokkene bereid is om op vrijwillige basis in de accommodatie te blijven, heeft de advocaat, namens betrokkene, gepleit om het verzoek af te wijzen. Als de rechtbank het verzoek desondanks zal toewijzen, dan verzoekt de advocaat om de verplichte vorm van zorg die ziet op het houden van toezicht op betrokkene af te wijzen, omdat het houden van cameratoezicht niet nodig is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, blijkt dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. In de afgelopen dagen heeft betrokkene veel cannabis en lachgas gebruikt, hetgeen heeft geleid tot (verergering van de) psychotische klachten die betrokkene ervaart in de vorm van auditieve hallucinaties en paranoïde wanen. Onder invloed daarvan was betrokkene erg emotioneel, prikkelbaar en soms ook verbaal en fysiek agressief richting zijn familieleden. Zo heeft betrokkene zijn vader verwondt. Betrokkene heeft bovendien al een langere tijd een slechte zelfzorg en hij heeft nauwelijks gegeten, waardoor hij sterk vermagerd is.
5.4.
Het vermoeden bestaat dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk psychotische klachten. Aangezien het ernstig nadeel dat daaruit voortkomt al langer aanwezig is, bestaat het vermoeden dat betrokkene al langere tijd kampt met psychotische klachten en dat deze klachten in de afgelopen dagen zijn verergerd door middelengebruik. Of de psychotische klachten die betrokkene ervaart worden geluxeerd door zijn middelengebruik of dat hij juist middelen gebruikt om de klachten die hij ervaart te dempen, zal in de komende periode verder moeten worden onderzocht.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het voortzetten van de overige in de crisismaatregel opgenomen vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het op dit moment onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.8.
Betrokkene heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij bereid is om langer in de accommodatie te blijven. Hoewel betrokkene momenteel antipsychotische medicatie krijgt toegediend en gezien wordt dat betrokkene snel herstelt van zijn psychotische klachten, is dit herstel nog pril en daarmee kwetsbaar. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het herstel van betrokkene op dit moment nog te kwetsbaar is om de noodzakelijk geachte zorg op vrijwillige basis voort te zetten. De rechtbank is daarom van oordeel, anders dan door en namens betrokkene is aangevoerd, dat verplichte zorg nog steeds noodzakelijk is.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 maart 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 3 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.