Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door mr. Verhagen;
- de heer [persoon 1] , psychiater in opleiding (i.o.);
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige;
- mevrouw [persoon 3] , coassistente.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is opgenomen met een crisismaatregel na een psychotisch toestandsbeeld, veroorzaakt door intensief cannabis- en lachgasgebruik. Tijdens de opname vertoonde betrokkene onrustig, angstig en agressief gedrag, met verergering van psychotische klachten zoals auditieve hallucinaties en paranoïde wanen.
De psychiater in opleiding en verpleegkundigen gaven aan dat betrokkene nog niet wilsbekwaam is en dat verplichte zorg noodzakelijk blijft om ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en agressie te voorkomen. Betrokkene is bereid om te blijven, maar het herstel is nog pril en kwetsbaar.
De rechtbank overweegt dat de crisismaatregel voortgezet moet worden met specifieke vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en insluiting. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt voor drie weken tot 10 maart 2026.
De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek, gezien de bereidheid van betrokkene om vrijwillig te blijven, maar dit werd door de rechtbank verworpen vanwege de ernst van de situatie en het risico op terugval.
De beschikking is mondeling gegeven op 17 februari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 3 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.