ECLI:NL:RBZWB:2026:2015

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444140 / JE RK 26-96
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige, die sinds 21 februari 2025 onder toezicht staat. De minderjarige woont bij zijn vader, terwijl de moeder en vader gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben. De moeder heeft recentelijk geprocedeerd, wat de hulpverlening vertraagde.

Tijdens de zitting op 17 februari 2026 waren de ouders en vertegenwoordigers van de GI aanwezig. De minderjarige was uitgenodigd voor een kindgesprek maar verscheen niet. De GI gaf aan dat er een nieuwe jeugdbeschermer is en dat binnenkort een intakegesprek bij De Gezinsmanager zal plaatsvinden om het contactherstel tussen moeder en kinderen te bevorderen. De vader stemde in met het verzoek en benadrukte de noodzaak van hulp voor de moeder vanwege haar psychische gesteldheid en het agressieve gedrag van de minderjarige.

De moeder en haar advocaat voerden geen verweer tegen de verlenging, erkenden de situatie deels en gaven aan open te staan voor hulpverlening. De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is. De ouders kunnen geen passende zorgregeling zonder gedwongen kader realiseren. Daarom is verlenging van de OTS noodzakelijk.

De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling met ingang van 21 februari 2026 tot 21 februari 2027 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige met een jaar wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444140 / JE RK 26-96
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. R.W. de Gruijl uit Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
1.3.
[minderjarige] is uitgenodigd op een kindgesprek op 16 februari 2026. Hij is niet verschenen.
1.4.
Gelet op de nauwe samenhang is deze zaak gezamenlijk behandeld met het verzoek van de GI in de zaak met kenmerk: C/02/444137 / JE RK 26-94. In die zaak zal bij aparte beschikking worden beslist.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten (zakelijk en samengevat weergegeven)

4.1.
De vertegenwoordigers van de GI geven aan dat er sinds kort een nieuwe jeugdbeschermer is gestart. Er is de afgelopen periode door de moeder geprocedeerd en het gerechtshof heeft de laatste drie beschikkingen bekrachtigd. Het procederen door de moeder heeft voor vertraging gezorgd van het realiseren van de noodzakelijke hulp en het werken aan de doelen. Samenwerking met de moeder is nodig om contactherstel tussen de moeder en de kinderen te realiseren. Op 19 februari 2026 zal er een intakegesprek plaatsvinden bij De Gezinsmanager. De insteek van de GI is nog steeds een thuisplaatsing van [minderjarige] en [het zusje] (zusje) bij de moeder. Bij De Gezinsmanager zal professionele begeleiding worden geboden in de contacten tussen de moeder en de kinderen en er zullen ook ouderbemiddelingsgesprekken gaan plaatsvinden. Het contacthersteltraject tussen de moeder en de kinderen is nog niet gestart. In november 2025 is er nog wel een begeleid contactmoment geweest. Het is volgens de GI in het belang van [minderjarige] en [het zusje] dat de moeder haar medewerking gaat verlenen aan het traject bij De Gezinsmanager. De GI wijst daarbij op de beschikking van de rechtbank van 23 januari 2026 (zaaknummer C/02/441523) waarin aan de moeder wordt meegegeven dat eerder een contactherstel zal worden bereikt indien zij zich meewerkend opstelt richting de GI en hulpverlening. Op 5 februari 2026 is er een gesprek geweest met [minderjarige] en [het zusje] en zij staan open voor een hulpverleningstraject.
4.2.
De vader stemt in met het verzoek van de GI. [minderjarige] en [het zusje] verblijven nu veilig bij hem, maar zij hebben ook een moeder nodig. De vader ziet dat de kinderen getraumatiseerd zijn door wat zij met hun moeder hebben meegemaakt. Volgens de vader is de moeder psychisch niet in orde en zij heeft daar hulp voor nodig. Met name [minderjarige] vertoont agressief gedrag. De vader wil dat de moeder geen strijd en procedures meer voert. De kinderen hebben veel last van het procederen door de moeder.
4.3.
De moeder en haar advocaat voeren geen verweer tegen het verzoek van de GI om de kinderen onder toezicht te stellen. Er is in principe geen bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] en [het zusje] , maar zij hebben geen contact met hun moeder. Het lukt de ouders niet om samen een goede zorgregeling te realiseren. De moeder is het deels eens met de bevindingen van de GI. Er wordt echter een verkeerd beeld van haar geschetst. De moeder procedeert niet om de kinderen te belasten, maar om voor haar kinderen op te komen. Het is een periode mentaal gezien niet goed gegaan met de moeder, maar dat betekent niet dat zij psychisch niet in orde is. De moeder staat open voor hulpverlening voor haarzelf. Er is een nieuwe jeugdbeschermer en de moeder hoopt dat de samenwerking met de GI vanaf nu wel goed gaat verlopen. Zij mist haar kinderen en zij wil zo snel mogelijk weer contact met hen. De moeder heeft recentelijk nog een videobelcontact gehad met [minderjarige] en dat verliep goed. Zij ziet dat het goed gaat met de kinderen en dat is voor haar het allerbelangrijkst.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Uit de overgelegde stukken en de standpunten die zijn gegeven op de zitting blijkt dat de doelen binnen de ondertoezichtstelling (nog) niet zijn behaald. In augustus 2025 is [het zusje] met spoed uit huis geplaatst bij de vader en dat heeft tot strijd tussen de ouders en meerdere procedures geleid. Geconstateerd wordt dat de hulpverlening mede daardoor het afgelopen jaar onvoldoende van de grond heeft kunnen komen. Er is nu sprake van een nieuwe jeugdbeschermer en er zal binnenkort een intakegesprek plaatsvinden bij De Gezinsmanager. In dat traject zal er worden gewerkt aan de contacten tussen de kinderen en de moeder en er zullen bemiddelingsgesprekken plaatsvinden met de ouders. Ondanks dat er nog steeds sprake is van een fors verstoorde verstandhouding tussen de ouders, geven zij beiden aan mee te zullen werken aan het traject bij De Gezinsmanager. Het doel van de GI is dat de [minderjarige] en [het zusje] uiteindelijk weer bij de moeder gaan wonen en dat er een goede zorgregeling wordt overeengekomen.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Het lukt de moeder en de vader onderling niet om zonder gedwongen kader een passende zorgregeling te realiseren.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 21 februari 2026 tot 21 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 3 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.