ECLI:NL:RBZWB:2026:2018

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444539 / FA RK 26-506
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis en verslavingsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 17 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1985, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis, een licht verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek. Betrokkene hoort stemmen en ervaart ernstige psychische schade en een verstoorde ontwikkeling.

De casemanager en begeleidster gaven aan dat betrokkene ondanks medicatie en begeleiding achteruitgaat en niet vrijwillig meewerkt aan noodzakelijke zorg. Betrokkene zelf betwist de diagnose schizofrenie en weigert medicatie aan te passen, hoewel hij bereid is vrijwillig opgenomen te worden. De advocaat pleitte primair afwijzing en subsidiair beperking van verplichte zorg.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene daadwerkelijk lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en dat er sprake is van ernstig nadeel. Vrijwillige zorg is onvoldoende gebleken, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De zorgmachtiging omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoek en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven ontbreken.

De machtiging geldt voor zes maanden tot 17 augustus 2026. Het verzoek tot overige vormen van verplichte zorg werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 3 maart 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel bij betrokkene te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444539 / FA RK 26-506
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026 in de woning van betrokkene. Bij die zitting zijn verschenen (en gehoord):
  • betrokkene, bijgestaan door mr. Heesmans;
  • de heer [persoon 1] , broer;
  • de heer [persoon 2] , broer;
  • [persoon 3] , casemanager;
  • [persoon 4] , begeleidster vanuit [accommodatie] .

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De casemanager heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene lijdt aan een schizofreniestoornis. Onder invloed daarvan hoort hij stemmen. Doordat hij veelvuldig met deze stemmen in discussie gaat, komt hij niet verder in zijn leven. Soms loopt hij zelfs letterlijk vast, in die zin dat hij urenlang in dezelfde positie stilstaat. Betrokkene krijgt momenteel eenmaal per vier weken depotmedicatie toegediend. Betrokkene wil dit liever niet, maar hij laat dit wel toe. Echter is er al jarenlang sprake van een onderdosering. Hoewel betrokkene last heeft van bijwerkingen van zijn medicatie, wil hij niet meewerken aan een aanpassing van de medicatie en de dosering daarvan. Nu er al jarenlang tevergeefs wordt geprobeerd om binnen het vrijwillig kader het toestandsbeeld van betrokkene voldoende positief te veranderen, ziet de casemanager momenteel geen mogelijkheden meer om de noodzakelijk geachte zorg en hulpverlening op vrijwillige basis in te zetten. Als het verzoek wordt toegewezen, dan zal er bij wijze van verplichte zorg eerst worden ingezet op ambulante begeleiding vanuit het f-act team en het aanpassen en het goed instellen van de medicatie van betrokkene. Nu dit nog moet gebeuren, is het tevens nodig om medische controles uit te voeren. Als betrokkene, ondanks dat deze ambulante vormen van verplichte zorg worden ingezet, zijn medicamenteuze behandeling blijft weigeren, dan zal ook een opname en verblijf van betrokkene in de accommodatie (en daarmee samenhangend het beperken van zijn bewegingsvrijheid) noodzakelijk zijn. De casemanager kan geen inschatting geven voor welke duur die opname nodig zal zijn. Pas nadat de medicatie is veranderd en deze goed is ingesteld, kan er worden ingezet op een detoxbehandeling ter behandeling van de drugsproblematiek van betrokkene.
3.2.
De begeleidster vanuit [accommodatie] heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene is dagelijks in discussie met de stemmen die hij hoort. De begeleidster ziet in verband daarmee een forse lijdensdruk bij betrokkene. De begeleidster ziet bovendien een achteruitgang in de ontwikkeling van betrokkene en dus niet enkel een stagnatie daarvan.
3.3.
Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene vindt dat het goed met hem gaat. Hij gebruikt drugs om meer zijn eigen ding te kunnen doen, zoals bij het schoonmaken. Betrokkene erkent dat hij stemmen hoort, maar hij betwist dat hij lijdt aan een schizofreniestoornis. Betrokkene hoort stemmen omdat hij wordt gestalkt. Als betrokkene al de hele dag in gesprek is met de stemmen die hij hoort, dan wil hij niet ook nog in gesprek moeten gaan met de ambulante hulpverlening. Nu betrokkene de diagnose schizofrenie betwist, wil hij geen anti-psychotische medicatie krijgen. Het innemen van medicatie die hij niet nodig heeft, kan namelijk gevaarlijk zijn. Betrokkene wil ook geen andere medicatie gebruiken en hij wil niet meewerken aan een aanpassing van de dosering van zijn medicatie, omdat hij als gevolg van zijn medicatiegebruik last heeft van spierspanningen en hij wil voorkomen dat deze klachten zullen verergeren. Betrokkene stelt tot slot dat hij bereid is om op vrijwillige basis opgenomen te worden in de accommodatie. Als er verplichte zorg wordt toegestaan terwijl hij bereid is om mee te werken, dan voelt dat voor betrokkene alsof er wordt geprobeerd om controle over hem te krijgen. Een zorgmachtiging vindt betrokkene, gelet op al het voorgaande, niet nodig.
3.4.
De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. Betrokkene betwist dat hij lijdt aan schizofrenie, maar hij wil graag dat de stemmen die hij hoort meer naar de achtergrond zullen gaan. Betrokkene betwist bovendien dat er sprake is van daaruit voortkomend ernstig nadeel. De zorgen over agressief gedrag die staan vermeld in de stukken, waren tien jaar geleden actueel. Betrokkene vindt het jammer dat deze zorgen wederom naar voren zijn gebracht. Nu betrokkene bereid is om op vrijwillige basis mee te werken aan de noodzakelijk geachte zorg, heeft hij tot slot moeite met het opleggen van verplichte zorg. Gelet op het voorgaande heeft de advocaat, namens betrokkene, primair gepleit tot afwijzing van het verzoek. Subsidiair is bepleit om de vormen van verplichte zorg die zien op een opname in de accommodatie en op het beperken van de bewegingsvrijheid slechts toe te staan voor een zo kort als mogelijke duur.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Vaststaat dat betrokkene last heeft van de stemmen die hij hoort. Betrokkene zegt dat hij deze stemmen hoort omdat hij wordt gestalkt. De onafhankelijke psychiater die betrokkene met het oog op het opstellen van de medische verklaring in deze zaak feitelijk heeft onderzocht en de betrokken behandelaren zijn daarentegen van oordeel dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en dat de stemmen die betrokkene hoort daarmee verband houden. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan het medisch oordeel van de onafhankelijke psychiater en de behandelaren op dit punt. De rechtbank stelt daarom vast dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis, hetgeen valt onder de DSM-5 kwalificatie “schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen”. Betrokkene heeft daarnaast een licht verstandelijke beperking en hij kampt met verslavingsproblematiek, hetgeen respectievelijk wordt gekwalificeerd als “neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen)” en “middelgerelateerde en verslavingsstoornissen”.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
4.4.
Gebleken is dat betrokkene volledig in beslag wordt genomen door de stemmen die hij hoort. Doordat hij voortdurend met deze stemmen in discussie is, komt hij niet meer toe aan zijn eigen ontwikkeling. Betrokkene gaat momenteel zelfs achteruit in zijn ontwikkeling, zo heeft zijn begeleidster vanuit [accommodatie] aangegeven. Anders dan door en namens betrokkene is aangevoerd, is de rechtbank dan ook van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis en dat er sprake is van daaruit voortkomend ernstig nadeel voor betrokkene.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Onder invloed van de stemmen die betrokkene hoort, trekt hij zich in een toenemende mate terug uit het sociale leven en houdt hij de behandelcontacten met de hulpverlening af. Als betrokkene de hele dag druk is met de stemmen die hij hoort, dan wil hij niet ook nog met de behandelaren in gesprek. Hoewel betrokkene de toediening van zijn depotmedicatie (eenmaal per vier weken) momenteel toelaat, wil hij deze medicatie liever niet krijgen. Betrokkene wil ook niet meewerken aan een aanpassing van zijn medicatie, zowel wat betreft de soort als de dosering van de medicatie. Ondanks dat er al jarenlang wordt geprobeerd om in het vrijwillig kader het toestandsbeeld van betrokkene voldoende te verbeteren, is dit tot op heden niet gelukt. In plaats daarvan lijkt betrokkene dus zelfs achteruit te gaan in zijn ontwikkeling. De rechtbank is daarom van oordeel, anders dan door en namens betrokkene is bepleit, dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor het inzetten van passende zorg op vrijwillige basis. Om die reden is verplichte zorg noodzakelijk.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
De rechtbank benadrukt hierbij dat betrokkene enkel kan worden opgenomen in de accommodatie en, daarmee samenhangend, in zijn bewegingsvrijheid kan worden beperkt, indien dat noodzakelijk wordt geacht en de andere (minder ingrijpende) ambulante vormen van verplichte zorg ontoereikend zijn gebleken voor het wegnemen dan wel het voorkomen (van verergering van) ernstig nadeel bij betrokkene en/of bij anderen. Nu de behandelaren geen indicatie kunnen geven van de duur van de opname die noodzakelijk zal zijn om betrokkene goed in te stellen op andere medicatie, ziet de rechtbank geen aanleiding om voormelde vormen van verplichte zorg in duur te beperken, zoals subsidiair namens betrokkene is bepleit.
4.9.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. De rechtbank verzoekt aan de behandelaren om aandacht te (blijven) houden voor de spierspanningen die betrokkene vanwege zijn medicatiegebruik ervaart.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.7 staan, kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 augustus 2026;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 3 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.