Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door mr. Heesmans;
- de heer [persoon 1] , broer;
- de heer [persoon 2] , broer;
- [persoon 3] , casemanager;
- [persoon 4] , begeleidster vanuit [accommodatie] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 17 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1985, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis, een licht verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek. Betrokkene hoort stemmen en ervaart ernstige psychische schade en een verstoorde ontwikkeling.
De casemanager en begeleidster gaven aan dat betrokkene ondanks medicatie en begeleiding achteruitgaat en niet vrijwillig meewerkt aan noodzakelijke zorg. Betrokkene zelf betwist de diagnose schizofrenie en weigert medicatie aan te passen, hoewel hij bereid is vrijwillig opgenomen te worden. De advocaat pleitte primair afwijzing en subsidiair beperking van verplichte zorg.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene daadwerkelijk lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en dat er sprake is van ernstig nadeel. Vrijwillige zorg is onvoldoende gebleken, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De zorgmachtiging omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoek en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven ontbreken.
De machtiging geldt voor zes maanden tot 17 augustus 2026. Het verzoek tot overige vormen van verplichte zorg werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 3 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel bij betrokkene te voorkomen.