ECLI:NL:RBZWB:2026:2025
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.A.J. Bastiaansen
- J.H. Bogert
- M.A.M. van Meer
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij taakoverdracht woningcomplex door woningcorporaties
Belanghebbende, een woningcorporatie, heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de inspecteur die het bezwaar tegen de overdrachtsbelasting op de overdracht van een woningcomplex ongegrond verklaarde. De overdracht betrof een complex met 48 sociale huurwoningen, overgedragen door een andere woningcorporatie die zich richt op seniorenhuisvesting.
De kern van het geschil was of de overdracht kwalificeert als een taakoverdracht van een zelfstandig onderdeel van de volkshuisvestelijke taak, zodat vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, eerste lid, onder h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV) en artikel 5d van het Uitvoeringsbesluit Wet BRV van toepassing is. De inspecteur stelde dat niet aan alle voorwaarden was voldaan, onder meer omdat niet alle activa waren overgedragen en de overdrager haar taak in de regio bleef uitoefenen.
De rechtbank oordeelde dat de overdracht wel degelijk een overdracht van een zelfstandig onderdeel van de taak betreft, mede omdat de overdrager haar reguliere sociale huisvesting afstoot en de verkrijger de taak intensiever kan uitvoeren. Het niet overgaan van het beheercontract was niet relevant omdat dit contract al was opgezegd. De rechtbank concludeerde dat aan de voorwaarden voor vrijstelling was voldaan en verklaarde het beroep gegrond.
De uitspraak leidt tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar, teruggaaf van de betaalde overdrachtsbelasting, vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing is en vernietigt de uitspraak op bezwaar, met teruggaaf van belasting en vergoeding van kosten.