ECLI:NL:RBZWB:2026:2030

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444257 FA RK 26-351
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:19f BWArt. 1:19h BWArt. 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorhaling ten onrechte opgemaakte overlijdensakte wegens lijkvinding

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 februari 2026 een verzoek van het openbaar ministerie tot doorhaling van een overlijdensakte die op 14 oktober 2025 was opgemaakt. Uit het proces-verbaal van lijkvinding bleek dat het overlijden van de betrokkene was vastgesteld door lijkvinding, waarvoor volgens de wet een akte van lijkvinding moet worden opgemaakt op basis van schriftelijke aangifte van de hulpofficier van justitie.

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge had echter een overlijdensakte opgemaakt zonder deze schriftelijke aangifte, waardoor de akte niet rechtsgeldig was. De ambtenaar stemde in met het verzoek tot doorhaling. De rechtbank oordeelde dat de overlijdensakte ten onrechte was opgemaakt en gelastte de doorhaling.

Daarnaast werd opgemerkt dat op 31 oktober 2025 een correcte overlijdensakte was opgemaakt op basis van de juiste schriftelijke aangifte door de hulpofficier van justitie. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door mr. van Leuven, in aanwezigheid van mr. Schröder, griffier.

Uitkomst: De rechtbank gelast doorhaling van de ten onrechte opgemaakte overlijdensakte wegens het ontbreken van schriftelijke aangifte van de hulpofficier van justitie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/444257 FA RK 26-351
datum uitspraak: 20 februari 2026
beschikking betreffende de registers van de burgerlijke stand
op het verzoek van
het openbaar ministerie,
arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 15 januari 2026 ontvangen verzoekschrift van het openbaar ministerie met bijlagen;
- de akte met [nummer 1] van het jaar 2025 van het register van overlijden van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge;
- de op 4 februari 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 1.2. te noemen belanghebbende.
1.2. Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank doorhaling van voormelde akte zal gelasten.

3.De beoordeling

3.1.
In voormelde akte, opgemaakt op 14 oktober 2025, is opgenomen dat op [datum] 2025 in [plaats] is overleden de heer [naam] .
3.2
Het openbaar ministerie verzoekt voormelde akte van overlijden door te halen omdat is gebleken dat een overlijdensakte is opgemaakt terwijl dit een akte van lijkvinding had moeten zijn.
3.3
De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge heeft middels voormelde instemmingsverklaring bericht in te kunnen stemmen met het verzoek van het openbaar ministerie.
3.4
Op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien het verzoekschrift is ingediend door voormeld openbaar ministerie. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd omdat het verzoek ziet op doorhaling van een akte die is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.
3.5
Uit de overgelegde stukken, waaronder het ‘proces-verbaal aangifte lijkvinding’ van
11 oktober 2025, op ambtsbelofte opgemaakt door [inspecteur] , inspecteur tevens hulpofficier van justitie, blijkt dat op [datum] 2025 om 15:56 uur bij de politie melding is gemaakt dat binnen de gemeente Halderberge het lijk is gevonden van de heer [naam] .
Gelet op het bepaalde in artikel 1:19f, tweede lid, BW juncto artikel 1:19h, zesde lid, BW diende, omdat sprake is van lijkvinding, door de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van overlijden te worden opgemaakt op schriftelijke aangifte van de hulpofficier van justitie. De akte waarvan doorhaling wordt verzocht voldoet hier niet aan. De desbetreffende akte is door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakt, kennelijk op de voet van het bepaalde in artikel 1:19f, eerste lid, BW juncto artikel 1:19h, eerste lid, BW, zonder de schriftelijke aangifte van de hulpofficier van justitie en derhalve op basis van een aangifte van overlijden door een daartoe niet bevoegd persoon.
Dit brengt met zich dat de akte [nummer 1] van het jaar 2025 ten onrechte is opgemaakt. Het verzoek tot doorhaling van deze akte zal worden toegewezen.
3.6
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat op 31 oktober 2025 een akte van overlijden met [nummer 2] is opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge, zulks op schriftelijke aangifte door de hulpofficier van justitie.

4.De beslissing

De rechtbank
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge om de akte met [nummer 1] van het jaar 2025 van het onder hem berustende register van overlijden door te halen.
Deze beschikking is gegeven door mr. van Leuven en in tegenwoordigheid van mr. Schröder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch