ECLI:NL:RBZWB:2026:2060

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444695 / FA RK 26-596
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening met ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1939, voor de duur van zes maanden. De zitting vond plaats met gesloten deuren waarbij betrokkene, haar advocaat, casemanager en dochters werden gehoord.

Betrokkene erkende dat haar gezondheid verslechterd is en dat ze veel is afgevallen, maar wilde thuis blijven wonen met hulp van haar dochters. De dochters en casemanager stelden echter dat betrokkene onvoldoende zorg thuis ontvangt, haar medicatie niet altijd inneemt, en dat er risico is op ernstig lichamelijk letsel door slechte hygiëne en mogelijke doorligplekken.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan dementie, een psychogeriatrische aandoening die leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van ziekte-inzicht en het verzet tegen opname, en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, werd de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend om het ernstig nadeel te voorkomen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en ernstig nadeel ondanks verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444695 / FA RK 26-596
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager;
  • [persoon 2] , dochter van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 3] , dochter van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene stelt dat het klopt dat ze afgevallen is, maar dat dit al lang bezig is. Dit is niet iets dat de laatste tijd gebeurd is. Betrokkene weet niet hoe het komt, maar haar eetlust is wel verdwenen. Ze eet momenteel op verstand. Betrokkene erkent wel dat het momenteel wat minder goed met haar gaat dan een half jaar geleden. Ze heeft echter wel haar incontinentie onder controle; ze weet hoe ze ermee om moet gaan. Betrokkene wil thuis blijven wonen. Ze vindt dat het goed genoeg gaat in haar eigen huis en ze heeft hulp van haar kinderen.
3.2.
Door de advocaat is geen verweer gevoerd over de stoornis en het nadeel. Maar betrokkene wil dat het verzoek wordt afgewezen; ze vindt het leven thuis goed genoeg en ze houdt het nog vol met de hulp van haar dochters.
3.3.
Door de dochters is verklaard dat betrokkene wel thuiszorg binnen laat, maar dat ze haar vervolgens niet de hulp mogen bieden die betrokkene nodig heeft. Betrokkene eet niet veel, maar drinkt wel veel chocolademelk. De dochters nemen met regelmaat eten voor betrokkene mee. Als ze samen eten, gaat het goed. Dit gebeurt echter niet elke dag. Betrokkene is in de afgelopen periode dan ook veel afgevallen. Betrokkene vindt dat het goed gaat, maar de dochters zien dit anders. Betrokkene neemt haar medicatie niet altijd in. Haar ochtendmedicatie gaat redelijk, maar in de avond blijft het vaak liggen. Betrokkene is incontinent, maar het klopt dat ze dit nu onder controle heeft en het beter gaat. Betrokkene heeft drie dochters, waarvan er twee buiten [plaats] wonen. Echter hebben ze de zorg voor betrokkene wel verdeeld.
3.4.
De casemanager heeft gesteld dat er bij betrokkene sprake is van een slechte voedingstoestand, dat haar hygiëne niet goed is en dat er daardoor risico’s zijn op doorlig- en smetplekken. Betrokkene zegt regelmatig dat ze niet lekker meer kan zitten en dat ze pijn heeft. Echter mag er van betrokkene niemand kijken of er inderdaad sprake is van doorlig- en smetplekken. Er is dan ook een grote kans op ernstig lichamelijk letsel. Mocht het verzoek worden toegewezen, dan kan er binnen een aantal weken een opname plaatsvinden. Er is bij betrokkene geen sprake van ziekte-inzicht waardoor ze de hulpverlening thuis niet toelaat en opname noodzakelijk is.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.4.
Gebleken is dat er bij betrokkene sprake is van geheugenstoornissen, van desoriëntatie in tijd, van aandachts- en concentratiestoornissen, van apraxie en van passiviteit. Betrokkene heeft ondersteuning nodig bij het aanhouden van een dagstructuur, bij zelfzorg, bij medicatie-inname en bij het bereiden van maaltijden. Het lukt haar niet meer om dit zelfstandig te doen en te regelen. Hierbij ligt betrokkene het overgrote deel van de dag op bed en laat de persoonlijke hygiëne van betrokkene het te wensen over. Ook eet zij minder en drinkt ze voornamelijk chocolademelk, waardoor een volwaardig voedingspatroon ontbreekt en betrokkene veel is afgevallen.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Ze zegt bij herhaling niet te willen verhuizen naar een verpleeghuis en zegt meermaals dat dit niet nodig is.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Ondersteuning van thuiszorg en het bezoeken van een dagbesteding worden door betrokkene geweigerd. Individuele begeleiding door de dochters wordt wel aanvaard, maar is onvoldoende om de gevaren weg te nemen. De inzet van psychofarmaca wordt niet zinvol geacht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
18 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.