Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de Raad, ingekomen bij de griffie op 18 februari 2026;
- de telefoonnotitie van het gesprek met raadsonderzoeker, mevrouw [persoon] van 18 februari 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
zonder de directe inzetvan MST-CAN. Deze intensieve ambulante hulpverlening is per direct beschikbaar, ook als de kinderrechter het spoedverzoek vandaag zal toewijzen. De vader staat open voor deze hulpverlening. De moeder verzet zich tegen een plaatsing van [minderjarige] bij de vader.
directbij de vader thuis kan worden ingezet. Een plaatsing bij de moeder behoort niet tot de opties. Er is bovendien geen ander netwerk betrokken waar [minderjarige] zou kunnen verblijven.
voor na te melden zitting, aan te vullen c.q. te wijzigen.
5.De beslissing
[datum] 2026 om [uur], bij de kinderrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, in de persoon van mr. Van Triest, gehouden in het gerechtsgebouw te Breda aan de Stationslaan 10, 4815 GW;
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.