ECLI:NL:RBZWB:2026:2062

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444599 / FA RK 26-546
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Weert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met bipolaire stoornis en gedragsproblemen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 18 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1944, die lijdt aan een bipolaire stoornis en neurocognitieve stoornissen. Betrokkene werd bijgestaan door zijn advocaat en gaf aan geen aanleiding te zien voor verplichte zorg, mede omdat hij gelooft dat hij door God genezen is en daarom medicatie weigert.

De verpleegkundig specialist/regiebehandelaar rapporteerde dat betrokkene agressief gedrag vertoonde, waaronder bedreigingen met een broodmes en seksueel getint ongewenst gedrag. Na medicatietoediening (lithium) neemt zijn agitatie af en kan hij zich vrij buiten de accommodatie bewegen. Betrokkene werkt wel mee aan somatische zorg, maar niet aan de psychische medicatie.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene door zijn stoornis ernstig nadeel veroorzaakt of risico loopt, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Omdat betrokkene niet vrijwillig meewerkt aan noodzakelijke zorg, is verplichte zorg gerechtvaardigd. De toegewezen zorgvormen zijn medicatietoediening, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie, voor de duur van zes maanden.

De rechtbank wees andere vormen van verplichte zorg af wegens gebrek aan noodzaak en concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De beschikking is op 18 februari 2026 mondeling gegeven en op 4 maart 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie, bewegingsbeperking en opname.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444599 / FA RK 26-546
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
verblijvende te [plaats] , [accommodatie] , [adres] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 1] , verpleegkundig specialist/regiebehandelaar;
  • [persoon 2] , verpleegkundig specialist in opleiding.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene heeft, na instemming van de behandelend rechter, voorafgaand aan de mondelinge behandeling met zijn gitaar een lied ten gehore gebracht. Betrokkene merkt vervolgens op, druk pratend, dat als hem iets wordt verteld, hij dit na twee tellen alweer is vergeten. Daarom moet hij alles opschrijven. Hij woont in een appartement bij [accommodatie] , waar hij prima wordt verzorgd. Hij zou niet weten waar hij deze goede zorg elders zou kunnen krijgen. Wel is hij iemand die niet gemakkelijk ergens kan aarden. Ook heeft hij moeite met de termen ‘geestelijke gezondheidszorg’ en ‘psychisch ziekenhuis’. Daarom heeft hij ook contact gezocht met het Leger des Heils, maar daar werd aangegeven dat zij hem geen opvang kunnen bieden. Hij is momenteel vrij om te gaan en staan waar hij maar wil, hij wil niet dat dit verandert. Op de vraag hoe hij tegen het voorliggend verzoek aankijkt antwoordt betrokkene dat er geen aanleiding is voor verplichte zorg, ook niet waar die ziet op het gebruik van medicatie, in dit geval lithium. God heeft ervoor gezorgd dat hij genezen is, aldus betrokkene. Ook voelt hij zich beter wanneer hij deze medicatie niet gebruikt. Hij heeft hooguit zorg nodig in verband met somatische klachten, in welk opzicht hij een vernauwing van de bloedvaten benoemt, die bij hem recent is vastgesteld. Ook herkent hij zich niet in dat wat in de stukken is beschreven over (het risico op) ernstig nadeel. Daarover merkt hij op dat hij een broodmes in de hand had op het moment dat een verzorgende iets zei wat hem niet aanstond, maar dat hij die persoon vervolgens niet heeft bedreigd of aangeraakt.
3.2.
De verpleegkundig specialist/regiebehandelaar brengt naar voren dat bij betrokkene een bipolaire stoornis is gediagnostiseerd. In zijn directe woon- en leefomgeving laat betrokkene in zijn gedrag blijken dat hij een ‘kort lontje’ heeft. Zij benoemt als voorbeelden dat betrokkene eind december 2025 een zorgverlener met een broodmes heeft bedreigd en daarbij stekende bewegingen heeft gemaakt en bedreigingen heeft geuit. Betrokkene heeft ook zijn nicht bedreigd, en medecliënten en vrouwen lastig gevallen met seksueel getinte opmerkingen. Er was in beginsel sprake van een goede behandelrelatie totdat verplichte zorg het onderwerp van gesprek werd. Gezien wordt dat na toediening van medicatie, in dit geval lithium, betrokkene rustiger wordt en dat de agitatie afneemt. Zo lang betrokkene deze medicatie gebruikt kan hij zich ook probleemloos buiten het [accommodatie] terrein begeven. Betrokkene stelt zich echter niet of althans onvoldoende open voor bedoelde medicatie. Als reden daarvoor benoemt hij dat sinds 10 januari 2026 God ervoor heeft gezorgd dat hij genezen is. Betrokkene neemt wel consequent de medicatie, die hem in verband met somatische aandoeningen is voorgeschreven. Ook werkt hij mee aan medische controles. Als de strikt noodzakelijke zorgvormen, die verplicht toegepast dienen te kunnen worden benoemt zij het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie, laatstgenoemde twee zorgvormen om - waar nodig - ervoor te zorgen dat betrokkene op de hem voorgeschreven medicatie wordt ingesteld.
3.3.
De verpleegkundig specialist in opleiding sluit zich aan bij dat wat door de verpleegkundig specialist/regiebehandelaar naar voren is gebracht.
3.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zij uit het voorgesprek met haar cliënt heeft opgemaakt dat er bij hem sprake is, of althans was van een manisch depressieve stoornis, waarvan hij sinds 10 januari 2026 is genezen. Ook heeft hij benoemd dat hij beter slaapt en hij zijn dagritme beter weet vast te houden, wanneer hij geen lithium gebruikt. Verder houdt betrokkene zijn woning goed bij, beschikt hij over eigen huisvesting en heeft hij een uitkering. Betrokkene kan zich ook vrij buiten de instelling begeven, alwaar hij sociale contacten heeft. Betrokkene erkent dat hij breedsprakig is en hij is zich ervan bewust dat niet iedereen daarvan gediend is. Dit neemt niet weg dat, zodra betrokkene daar op wordt aangesproken, hij stopt met praten. Betrokkene zegt ook toe in het vervolg geen ongewenste acties naar vrouwen in en buiten de instelling meer te zullen ondernemen. Met deze toelichting stelt zij zich namens haar cliënt primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt zij om in elk geval de verplichte zorgvormen, gericht op een klinische opnamemogelijkheid, in die zin te beperken, dat die steeds zo kort als mogelijk en strikt noodzakelijk kunnen worden toegepast.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen en neurocognitieve stoornissen (o.a. dementie en delier).
4.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene vanuit zijn overtuiging dat God ervoor heeft gezorgd dat hij genezen is, niet langer meewerkt aan toediening van de hem voorgeschreven medicatie (lithium) en hij daardoor manisch ontregeld is geraakt. Betrokkene kent sindsdien momenten van boosheid/agitatie, waarbij hij zich verbaal en fysiek dreigend opstelt naar medecliënten, zorgpersoneel en enkele familieleden. Daarnaast is sprake geweest van verbaal en fysiek ongepast seksueel getint gedrag door betrokkene binnen de instelling naar vrouwelijke medecliënten en buiten de instelling naar voor hem onbekende vrouwen.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Betrokkene laat met zijn opstelling zien dat hij zich volledig open stelt voor de hem geboden somatische zorg en de hem daartoe voorgeschreven medicatie. Ook vindt hij dat hij in de [accommodatie] prima wordt verzorgd. Tegelijkertijd laat hij blijken moeite te hebben met de aanpak van deze instelling, met name waar die ziet op het toedienen van andere medicatie dan die nodig is voor zijn somatische aandoeningen. Het betreft hier meer specifiek de toediening van lithium. Betrokkene maakt daartegen bezwaar, in de eerste plaats omdat hij van deze medicatie vervelende bijwerkingen ervaart. Bovendien vindt hij zelf dat hij die medicatie niet nodig heeft, omdat hij inmiddels door God genezen is. Op dat vlak staan de standpunten van betrokkene en zijn behandelaar lijnrecht tegenover elkaar. Er kan daarom naar het oordeel van de rechtbank niet of althans in onvoldoende mate op worden vertrouwd dat betrokkene aan de noodzakelijk geachte zorg consequent zal meewerken, indien er van een vrijwillig kader sprake is. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Gebleken is tenslotte dat voor andere vormen van verplichte zorg geen noodzaak bestaat, zodat andere dan de hiervóór genoemde vormen van verplichte zorg zullen worden afgewezen.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 augustus 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 4 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.