ECLI:NL:RBZWB:2026:2065

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444608 / FA RK 26-550
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Weert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor betrokkene met schizofrenie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 18 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1993, met een diagnose binnen het schizofrenie-spectrum. Betrokkene en haar advocaat stemden in met het verzoek en betrokkene zag af van het recht om gehoord te worden.

Uit de overgelegde stukken en de referteverklaring bleek dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang, agressie en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. De rechtbank nam mee dat betrokkene in ontregelde periodes paranoïde wanen vertoont, wat leidt tot agressief gedrag richting familie en angst bij medebewoners.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en betrokkene zich waarschijnlijk aan zorg zal onttrekken zonder een verplicht kader. De toegewezen zorgvormen omvatten onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 18 februari 2027.

De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Weert, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444608 / FA RK 26-550
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , Cuba ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. G.J. Woodrow uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026;
  • de door de rechtbank op 18 februari 2026 van de advocaat van betrokkene ontvangen referte verklaring.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026 te [accommodatie] , [adres] . Daarbij zijn gehoord:
  • de heer [persoon 1] , casemanager;
  • mevrouw [persoon 2] , casemanager.
1.3.
De advocaat van betrokkene heeft telefonisch bericht dat zijn cliënt ervoor kiest niet ter zitting te verschijnen. Zelf zal hij ook niet ter zitting verschijnen om namens zijn cliënt het woord te voeren. Hij heeft het verzoek met zijn cliënt vooraf besproken. Daaruit is hem gebleken dat zij instemt met de zorgmachtiging voor de aldus verzochte duur en de daarin verzochte vormen van verplichte zorg. Hiervan is een instemmingsverklaring opgemaakt, die kort vóór de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling langs digitale weg naar de rechtbank is verzonden.
1.4.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 8 maart 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
In het bijzijn van de casemanagers is telefonisch contact gezocht met de advocaat van betrokkene. Door de advocaat is desgevraagd mondeling bevestigd dat zijn cliënt instemt met het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging voor de aldus verzochte duur en alle zorgvormen, die in het verzoek zijn opgenomen. Betrokkene heeft via haar advocaat schriftelijk per mail bevestigd dat zij instemt.
4.2.
De heer [persoon 1] , casemanager, heeft vervolgens aangegeven dat hij achter het verlenen van een zorgmachtiging kan staan, zoals verzocht. [persoon 2] , casemanager, heeft aangegeven dit standpunt te delen.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de referteverklaring van betrokkene leidt de rechtbank af dat betrokkene het verzoekschrift heeft besproken met haar advocaat en dat betrokkene erkent dat aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt voldaan. Tevens blijkt uit de referteverklaring dat betrokkene afziet van het recht te worden gehoord.
5.2.
Gelet op de inhoud van de stukken en de referteverklaring acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen.
5.3.
De rechtbank heeft gelet op de ingekomen referteverklaring, die is ontvangen op 18 februari 2026, vastgesteld dat betrokkene akkoord gaat met het verzoek.
5.4.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.5.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie-spectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.6.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene momenten kent, waarop zij vanuit paranoïde (grootheids- en religieuze) wanen ontregeld raakt. Er is dan sprake van achterdocht naar buren, familie en andere voor haar onbekende personen. Gebleken is dat, wanneer zij in dergelijke situaties het gevoel krijgt niet begrepen te worden, betrokkene snel gefrustreerd raakt en dit kan oplopen tot boosheid en agressie. In een vergelijkbare situatie heeft betrokkene in de loop van 2025 naar haar moeder en minderjarige zus forse agressie laten zien. Tevens leidt haar gedrag zodra zij ontregelt tot angst bij medebewoners op haar woonplek. Ook zoekt zij op die momenten (telefonisch) op niet passende wijze contact met instanties, die daardoor extra worden belast.
5.7.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.8.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis en is daarom verplichte zorg nodig. Daarbij betrekt de rechtbank meer expliciet dat uit de stukken blijkt dat de verwachting reëel is dat betrokkene zich aan de noodzakelijke zorg zal onttrekken, zodra er van een verplicht kader geen sprake meer is.
5.9.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten
voor zover nodig;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie
voor zover nodig.
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.11.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.9 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 februari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 4 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.