Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat.
- mevrouw [persoon 1] , dochter van betrokkene;
- de heer [persoon 2] , zoon van betrokkene.
- mevrouw [persoon 3] , casemanager dementie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1943, vanwege haar progressieve dementie en onveilige thuissituatie. De zitting vond plaats met gesloten deuren waarbij betrokkene, haar kinderen en casemanager dementie werden gehoord.
Betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met dementie, gepaard gaande met diabetes mellitus type II en incontinentie. Zij is niet meer in staat tot adequate zelfzorg, vertoont brandgevaarlijk gedrag en accepteert nauwelijks thuiszorg. Haar kinderen, als mantelzorgers en curatoren, zijn overbelast. Betrokkene verzet zich tegen opname, maar de casemanager en haar kinderen benadrukken de noodzaak vanwege het progressieve ziekteverloop en de veiligheidsrisico’s.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene door haar stoornis ernstig nadeel kan ondervinden, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de algemene veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Daarom wordt de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend, met als doel het voorkomen van verdere verslechtering en het waarborgen van haar veiligheid en gezondheid.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene voor zes maanden wegens ernstig risico op lichamelijk letsel en verwaarlozing door dementie.