ECLI:NL:RBZWB:2026:2073

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444486 / FA RK 26-475
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Weert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg bij schizofrenie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 18 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene ervaart bijwerkingen van depotmedicatie en heeft een andere visie op zijn ziekte en medicatiegebruik.

De waarnemend casemanager FACT lichtte toe dat betrokkene redelijk stabiel is dankzij medicatie, maar dat hij anti-epileptica niet consequent inneemt en zich niet altijd openstelt voor ambulante zorg. Eerdere ontregelingen leidden tot agressief gedrag en overlast, met opname op een HIC-afdeling en tijdelijke overplaatsing naar een forensische HIC.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel kan ondervinden door zijn stoornis, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat betrokkene de medicatie niet vrijwillig accepteert. De machtiging omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en opname, voor de duur van twaalf maanden.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorgvormen zijn evenredig en effectief. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte psychiatrische zorg aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444486 / FA RK 26-475
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [woonadres] ,
advocaat mr. G.J. Woodrow uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon] , waarnemend casemanager FACT.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek ,niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 28 maart 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij begrijpt dat er een verzoek is ingediend om een opvolgende zorgmachtiging te verlenen. Wat hij daarover wil opmerken is dat hij zich niet fijn voelt bij de hem toegediende depotmedicatie, omdat hij daarvan vervelende bijwerkingen ervaart.
4.2.
De waarnemend casemanager brengt naar voren dat betrokkene gedurende langere tijd bekend is wegens een psychiatrisch ziektebeeld, te weten schizofrenie. Betrokkene is op dit moment, mede door het innemen van medicatie via depot, over het algemeen redelijk stabiel. Betrokkene krijgt anti-psychotische medicatie via depots toegediend. Daarnaast dient hij nog andere medicatie, te weten anti-epileptica, te gebruiken die echter uitsluitend in tabletvorm beschikbaar is. Gebleken is dat betrokkene de anti-epileptica niet consequent inneemt. Ook stelt betrokkene zich niet altijd open voor de geboden ambulante zorg. Hierdoor loopt hij het risico opnieuw ontregeld te raken. Gebleken is in de afgelopen jaren dat bij betrokkene, zodra hij ontregeld raakte, er gevaarlijke en overlast gevende situaties ontstonden, onder meer doordat betrokkene in verwarde toestand naakt over straat liep en hij fysieke agressie vertoonde naar zijn moeder. Ook na opname op de HIC vertoonde hij agressief gedrag naar zorgmedewerkers, waardoor er tot een tijdelijke overplaatsing naar de forensische HIC afdeling met een hoger beveiligingsniveau moest worden besloten. Momenteel wordt onderzocht wat voor betrokkene de meest passende woonvorm is, omdat gebleken is dat het betrokkene niet goed lukt om zelfstandig te wonen in het huidige appartement. Met het oog hierop is voor hem een WLZ indicatie voor beschermd wonen aangevraagd. In afwachting daarvan zal hij verhuizen, wat betekent dat hij voorlopig bij zijn moeder zal wonen.
Met deze toelichting kan de waarnemend case manager achter het verzoek staan. Daarbij tekent hij aan dat het verplicht toedienen van vocht en voeding niet noodzakelijk is en dat van het beperken van de bewegingsvrijheid, het opnemen in een accommodatie en insluiten als verplichte zorgvormen uitsluitend gebruik zal worden gemaakt voor zo lang als strikt noodzakelijk in geval van (dreigende) ontregeling, bedoeld om betrokkene opnieuw op medicatie in te stellen.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënt al gedurende langere tijd zorg krijgt geboden, onder meer in de vorm van medicatie toediening. Betrokkene heeft een andere visie over zijn ziektebeeld en daarmee samenhangend over de medicatie die daarvoor nodig is. Hij vindt verder dat de medicatie toediening in een vrijwillig kader kan plaats vinden. Namens zijn cliënt stelt hij zich met deze toelichting primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Indien de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij namens betrokkene, bij wijze van subsidiair standpunt, de verplichte zorgvormen, die zien op een opnamemogelijkheid, waar mogelijk in duur te beperken.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene momenten kent, waarop hij psychotisch ontregeld raakt. Gebleken is dat betrokkene gedurende die momenten zeer achterdochtig is naar anderen. Eerder heeft dit geleid tot incidenten, waarbij hij agressief gedrag richting zijn moeder heeft vertoond en tot ander overlast gevend gedrag in zijn directe woonomgeving. Ook heeft hij tijdens (deels vrijwillige) klinische opnames op de HIC fysiek agressief gedrag naar zorgmedewerkers laten zien, waardoor hij naar een opname afdeling met een hoger beveiligingsniveau moest worden overgeplaatst.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene nog steeds zorg nodig. Daarbij betrekt de rechtbank dat uit de toelichting van de waarnemend behandelaar blijkt dat betrokkene met de momenteel geboden verplichte zorg relatief stabiel functioneert. Het is echter daarvoor noodzakelijk dat hij de hem voorgeschreven medicatie, te weten antipsychotica en daarnaast anti epileptica, daadwerkelijk accepteert en aan het gebruik daarvan consequent blijft meewerken. Gezien het verschil van visie tussen betrokkene en zijn behandelaar waar het zijn ziektebeeld betreft, de medicatie die daarvoor nodig is en het kader waarbinnen de medicatie toediening plaats vindt kan er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende op worden vertrouwd dat betrokkene de hem voorgeschreven medicatie ook zal (blijven) accepteren indien er van een vrijwillig kader sprake is. Verplichte zorg is daarom nodig.
5.5.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid
voor zover nodig;
- insluiten
voor zover nodig;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het (blijven) onderhouden van contact met het ambulante zorgteam;
- opnemen in een accommodatie
voor zover nodig.
De mogelijkheid tot het verplicht (kunnen) toepassen van ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘het opnemen in een accommodatie’ en ‘insluiten’ ziet specifiek op die situaties, waarin betrokkene ontregeld raakt of dreigt te geraken en een kortdurende klinische opname noodzakelijk is, bedoeld om hem opnieuw op de hem voorgeschreven medicatie in te stellen.
Gebleken is tenslotte dat voor andere vormen van verplichte zorg geen noodzaak bestaat, zodat andere dan de hiervóór genoemde vormen van verplichte zorg zullen worden afgewezen.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.7.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 februari 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 4 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.