Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
binnentwee weken in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun mening in deze zaak te geven, kan deze zaak niet worden gepland op de reeds geplande zitting op 5 maart 2026. De beslissing zal daarom voor het overige worden aangehouden tot de hierna te noemen zitting op [datum] 2026. Het verzoek in de andere zaak (met de reeds geplande zitting op 5 maart 2026) zal eveneens tegelijktijdig worden behandeld op [datum] 2026. Deze zitting zal dus naar voren worden gehaald. Dit betekent dat de reeds geplande zitting op 5 maart 2026 niet zal doorgaan; partijen zullen hierover nog apart bericht ontvangen.
5.De beslissing
[datum] 2026 om [uur], bij mr. Van de Kraats als kinderrechter, in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan de Stationslaan 10, 4815 GW;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.